577. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 15 februari 1937
Amice,
Ten zeerste dank voor je gelukwensen en voor ’t waarderend woord over mijn boekje over de kerkorganisatie.1 Maar verder moet mijn antwoord wel wat negatief zijn. De kerkelijke bibliotheek is ondergebracht in de universiteitsbibliotheek, en de boeken daaruit zijn eenvoudig aan de universiteitsbibliotheek aan te vragen. De kerkelijke hoogleraren hebben zelf ook het een en ander onder eigen berusting, omdat men anders altijd weer aanschrijving krijgt om het boek terug te brengen. Bibliothecaris (of liever toezichthouder) was Van Rhijn,2 toen ben ik ’t heel even geweest, nu is ’t Berkelbach.3 Zo weet ik niet precies wat er is. ’t Beste is, Berkelbach te vragen. En als er boeken niet zijn, hem tevens te vragen, of zij misschien uit het jaarlijks fonds (door de synode beschikbaar gesteld) zouden kunnen aangeschaft worden. Zo zou b.v. Henderson (dat ik niet ken) over de Schotse ouderling4 kunnen aangeschaft. Ik vermoed haast wel, dat Lietzmann’s boeken5 in elk geval in de universiteitsbibliotheek zijn. Over de gereformeerde ouderling schrijft ds. Joh. Jansen in de Christelijke Encyclopaedie; voor literatuur verwijst hij naar Bavinck’s Gereformeerde Dogmatiek IV 2, 369vv.; 392vv.; 422vv.: 469vv. Ook sub voce: Ambt zie ik geen literatuur vermeld. P. Biesterveld heeft in zijn Het Huisbezoek 2de druk (Kampen 1908) dit als deel van de taak des ouderlings besproken blz. 214vv.,6 waar hij ’t ook over andere ambten heeft. Met dit weinige kan ik je maar beantwoorden, Met vriendelijke groet, tt.
A.M. Brouwer.
(AN)