633. J.G. Geelkerken1 aan O. Noordmans
Amsterdam, 24 juni 1939
Zeer geachte collega,
Het verheugt mij - en zonder twijfel heel de redactie van Woord en Geest - zeer, dat de artikelen van dr. van de Pol2 u uit uw tent hebben gelokt om nu in ons blad te gaan schrijven.3 Gaarne zie ik dan ook de volgende van u tegemoet. Ik heb u als abonnee opgegeven en vertrouw, dat u dus van nu af de nummers van Woord en Geest zult ontvangen. Uw Liturgica I zou ik gaarne reeds in het nummer van 30 dezer plaatsen. Want de vacantie-tijd nadert en ik zou het jammer vinden, wanneer deze artikelen in die tijd publiek werden. Het is over het algemeen geen gewoonte drukproef door de schrijver te laten corrigeren; dat geschiedt ter drukkerij. Maar omdat u er wellicht op staat, heb ik opdracht gegeven te Arnhem u spoedig drukproef te doen toekomen. Helaas kan ik geen honorarium toezeggen: alle redacteuren en medewerkers arbeiden voor het blad zonder honorarium; de financiële positie van het blad laat niet anders toe, tot mijn spijt. Maar ik heb order gegeven u drie exemplaren te zenden van het nummer, waarin uw artikel komt. Misschien vindt u dit prettig voor uw archief. Laat ik tenslotte, naast mijn blijdschap, dat uw pen voor Woord en Geest in beweging kwam, de wens uitspreken, dat u voldoening zult hebben van deze medewerking. Met vriendelijk groet en hoogachting, uw
J.G. Geelkerken, eindredacteur Woord en Geest.
(AN)