673. P. Scholten1 aan O. Noordmans
Hulshorst, 18 juli 1941
Hooggeachte dr. Noordmans,
In de krant lees ik, dat gij heden 70 jaar wordt. Het spijt me dat ik dat niet eerder heb geweten. Thans ben ik met mijn gelukwens te laat, hij is er niet minder hartelijk om. Ik hoop dat iemand eens naar aanleiding hiervan uw betekenis voor ons christelijk leven vaststelt, doch ook dat hij daarbij noodzakelijk onvolledig zal zijn, omdat gij nog in volle kracht arbeidt en wij nog meer van u mogen verwachten. Het zij mij als niet-theoloog slechts geoorloofd te zeggen, dat ik overtuigd ben dat er in ons land geen is van zulk een betekenis voor de theologie, daardoor en voor de Kerk ook buiten onze grenzen en voor ons volk, als gij. Gij zijt niet altijd gemakkelijk te volgen, dat zal wel de oorzaak zijn dat dit niet altijd, dat het veel te weinig en veel te laat is erkend. De toekomst zal het, daar ben ik zeker van, uitwijzen. En ik wil er gaarne bijvoegen, dat het mij een vreugde is u ook persoonlijk te hebben leren kennen, zodat ik niet alleen door het lezen van uw werk, ook door uw omgang ben verrijkt. Ik hoop, dat dit mag voortduren. Dat dit geen lege woorden zijn zou ik gaarne door een bezoek willen bewijzen. Zo u dit schikken in de week van 27 juli? En op welke dag? Vrijdag en zaterdag ben ik verhinderd, maar maandag 28, enz., heb ik nog vrij. Ik zou met de trein om 9.53 in Zutphen kunnen zijn. Is er dan een bus? Bericht mij eens wat ge hiervan denkt. Met hartelijke groeten, uw
Scholten.
(AN)