697. P. Scholten1 aan O. Noordmans
Hulshorst,2 4 januari 1943
Hooggeachte en waarde dr. Noordmans,
Twee redenen heb ik om u te schrijven. In de eerste plaats wil ik bij de aanvang van dit jaar u zeggen, hoe ook na uw prettig bezoek hier mijn gedachten dikwijls gegaan zijn naar de stille pastorie te Laren en u onze beste wensen voor 1943 zenden. Moge onze hoop binnen niet te lange tijd vervuld worden. En dan wilde ik u een vraag stellen. Bij mijn studie ben ik gestuit op het kerkbegrip van dr. Kuyper, op zijn tegenstelling tussen de kerk als organisatie en de kerk als instituut. Nu heb ik te dien aanzien een dubbele vraag: 1. Weet ge waar ik, hetzij bij Kuyper zelf, hetzij elders goede uiteenzetting, instemming of critiek kan vinden en 2. nog van meer belang: hoe denkt gij daar zelf over? Aanvankelijk schijnt zij mij ten enenmale verwerpelijk. Toch is zij, als ik goed zie, de wortel van Kuyper’s gehele staatsbeschouwing. Ongetwijfeld hebt ge er uw gedachten over. Als ge die eens voor mij zoudt willen opschrijven, zoudt ge mij een groot genoegen doen. Ons persoonlijk gaat het goed. Dreigementen boven de hoofden onzer beide zoons werden niet tot werkelijkheid. De jongste deed onlangs doctoraal aan de Vrije Universiteit.3 Het huis in Amsterdam is door de Wehrmacht..., d.w.z. met het grootste deel van de inboedel gevorderd.4 Hier verheugen we ons sinds een week of drie in aansluiting aan het electrisch net. We wisten niet, dat dit zó het leven vergemakkelijkt. Ons beider hartelijke groeten, ook aan uw vrouw, uw
Scholten.
(AN)