782. D. Tromp1 aan O. Noordmans
Amsterdam -Z., 3 februari 1947
Hooggeachte dr. Noordmans,
Uit een correspondentie met H. Bartels2 is mij gebleken dat het, gelet op de wijze waarop de kerk in deze tijd is met zichzelf, gelet ook op bijval en kritiek, van betekenis zou zijn wanneer zijn dissertatie3 zou kunnen besproken worden in ons blad: In de Waagschaal. En wie zou dit beter kunnen doen dan u, die een oordeel over de gang der zaken en een inzicht in wat werkelijk nodig is, heeft. U zoudt ons een groot genoegen doen met een dergelijk artikel; een artikel dat gelegenheid geeft om bij de vele stemmen, uw stem te horen. Hoeveel jongere predikanten niet in hun vaart naar vernieuwing blijven steken, weet ik niet. Maar het zijn er vrij veel. En ’t merkwaardige is dat zij zelf niet goed weten waardoor zij worden opgehouden. ’t Is net als bij iemand die niet helemaal zeker is van het weer. Mogen wij er op rekenen? ’k Ben blij dat ik nu in uw bundel Zondaar en Bedelaar uw prachtige overdenking over Melchizedek4 heb kunnen lezen. ’t Is een prachtige bundel. ’t Was alleen te wensen dat deze wat beter uitgegeven was. Krijgen wij nu nog een bundel lezingen van u? Hoe gaat het u overigens? Ik zelf ben vanaf ’t vorige jaar juli patiënt. Door polyneuritis kan ik maar weinig lopen. En door ontsteking van lymfklieren in de hilus (bij de longen) moet ik mij onderwerpen aan bestraling. ’t Gaat langzaam vooruit en 19 januari heb ik weer voor ’t eerst gepreekt. ’t Was een prachtig artikel: de zon, het orgel en de preek!5 De dingen komen weer los bij u. Een hartelijke groet van uw,
D. Tromp.
(AN)