791. O. Noordmans aan J.J. Stam1
Lunteren, 2 juli 1947
Amice,
Enige tijd geleden vroeg je mij wat ik bedoelde met ‘kenterende inzichten’ op liturgisch gebied. Sedert heb ik een vergadering van de Raad voor den Eeredienst bijgewoond en daardoor ben ik versterkt in de mening, dat bedoelde kentering werkelijk aanwezig is. Ik geloof niet, dat enige uitbouw van de liturgie op zich zelf verkeerd is. In elk geval is die niet tegen te houden. Ik ben persoonlijk geneigd tot grote soberheid, maar er kan op dat gebied speling zijn.
De beginselen, die Van der Leeuw in zijn Liturgiek heeft ontwikkeld, vinden heden weinig aanhangers. Van der Leeuw staat in dat opzicht vrij geïsoleerd. De vraag is nu of de Gereformeerde kerkdienst ook teveel is versoberd en of een legitieme behoefte schuilt achter de vraag naar meer liturgie, die bij velen bestaat. De ontwikkeling b.v. in de Schotse kerk is wel in die richting gegaan. Ik geloof dat het raadzaam is enige ruimte te laten en dan de verdere ontwikkeling van ons kerkelijk leven af te wachten en daarnaar de houding te bepalen. Te veel contact op dit punt met niet Hervormde Gereformeerden lijkt mij daarom niet gewenst op het huidig ogenblik. Het zou de oecumenische toenadering tot deze kerken kunnen hinderen.
Met hartelijke groeten,
tt.,
O. Noordmans
(AN)