811. W.A. de Boer1 aan O. Noordmans
Makkum, 28 januari 1948
Weleerwaarde Heer,
Met het feit dat u 1 februari a.s. de dag moogt herdenken dat u voor 45 jaar het predikambt aanvaarde te Idsegahuizum c.a. komen we u van harte gelukwensen. Het zal niet ondienstig zijn mij even nader bekend te maken. Toen u in Idzegahuizum stond woonden wij te Gaast, we maakten daar van heel dicht bij het overlijden mee van onze predikant ds. W.M. van der Schans.2 Des zondags preekte hij nog tweemaal (u zult u dat ook nog herinneren) des woensdags overleed hij. Maandags volgende op die zondag heb ik ds. van der Schans met een medetimmerknecht die toen in Gaast ouderling was, van zijn slaapkamer die boven was naar beneden gehaald, ds. van der Schans was toen reeds in een nacht zo in lichaamskracht verminderd dat hij nog juist door ons ondersteund tussen ons beiden in kon lopen. U hield toen de begrafenisrede en eindigde met de woorden waarmee ds. van der Schans z’n laatste preek besloot: ‘Hij moet wassen, maar ik minder worden.’ U werd toen hoewel zeer kort (ds. van de Schans overleed 5 februari 1908 en zijn opvolger ds. de Vries kwam als predikant in september 1908) onze consulent. In die kwaliteit kwam u ons bezoeken omreden ons op 4 april een kind werd geboren die 3 dagen later overleed. Ook was ik bij uw afscheid in Isegahuizum toen u naar Suameer vertrok aanwezig. U werd daar toegesproken door ds. de Vries3 van Gaast en Jak. Wiersma.4 5 februari wordt het reeds 40 jaar dat ds. van der Schans overleed. Volgens het laatst verschenen Jaarboek der Nederlands Hervormde kerk wordt u op 18 juli bij welzijn 77 jaar. Op zichzelf reeds een zeer grote zegen zo oud te worden en dan zo lang in het ambt te mogen werken; ds. van der Schans overleed reeds op 36-jarige leeftijd. We hopen van harte dat u nog een goede gezondheid moogt genieten en met vreugde en stille dank aan God uw jubileum moogt gedenken. Hoogachtend,
W.A. de Boer.
(AN)