841. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Leiden, 17 januari 19491
Zeer vereerde Noordmans,
Ik heb een klein, taalkundig vraagje. De lui van het Nederlands Woordenboek (Heeroma c.s.)2 vroegen mij plaatsen waar de term ‘toereikende genade’ voorkomt. Ze meenden die te moeten zoeken in de mystiek van de Nederlandse Capucijnen. Ik heb gevonden, dat het bij Clemens van Mechelen3 en Willibrordus van Vianen4 voorkomt. Dan gewoon als vertaling van grace suffisante. De vraag is nu bij Teellinck,5 à Brakel,6 Smytegelt7 het woord te vinden. Ik bladerde in Het Gekrookte Riet maar vond het niet. In de Redelijke Godsdienst zal ik verder kijken, maar u met uw enorme vaderlandse belezenheid kunt me misschien onmiddellijk zeggen: ja! het komt voor! en dáár ongeveer! Hoe blij was ik in ons blad uw laatste brief8 aan mij terug te vinden, met precies die lichten en accenten, die mij toespraken. Dank, veel dank! met vr. gr., uw dw.,
K.H. Miskotte
(AN)