937. A. Szekeres1 aan O. Noordmans
Utrecht, 3 maart 1954
Weleerwaarde Zeergeleerde Heer,
Gaarne wil ik u mijn oprechte dank betuigen voor uw gelukwensen eertijds voor mijn promotie op Brunner.2 Met klem wil ik u zeggen, dat het me ten zeerste spijt, dat ik uw Herschepping pas na die tijd heb ontdekt. Dit meesterwerk van u heeft een radicale ommekeer in mij teweeggebracht. Ik kan dan ook mijn naief biblicisme en wat ik waarderend over Brunner’s scheppingsleer heb geschreven niet meer op mijn rekening nemen. Gaarne betuig ik mijn bewondering en oprechte dank voor alles wat ik uit uw boeken, in ’t bijzonder uit uw Herschepping mocht leren. Op uw leven Gods zegen toewensende blijf ik de uwe,
Attila Szekeres.
(AN)