Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

964. O. Noordmans aan R.C.G. Troelstra1

Lunteren, 21 februari 1955

Waarde Troelstra,

Je weet nog niet, hoe het is afgelopen met je tekstenlijst achter de titels van Gestalte en Geest. Ik heb aan de uitgevers geschreven, dat ik vreesde, dat het drukken van die lijst, als extra-revisie, mij nogal kostbaar zou worden. Zij hebben toen aangeboden de teksten af te drukken op een Tekstenregister voor de inhoud, voor hun rekening. Het is dan een kleine aanvulling van de copie, niet in de vorm van correctie. Dat kost minder. Zij wilden de teksten dan in bijbelse orde plaatsen, Genesis...enz. Zij vroegen of ik nog een suggestie had. Ik heb toen als suggestie gegeven een Register van behandelde bijbelplaatsen. Men kon dan ook de orde van behandeling behouden. En men kon in dit register de indeling van Deel en Boek bijbehouden. De lezer zag met één oogopslag, welke tekst bij elke titel hoorde. Desnoods kon hij even natellen. Ik heb nog niet gehoord of ze dit zullen doen. Je krijgt de lijst dus niet als proef terug. De uitgever doet dit en zorgt dus ook voor de correctie. We wachten dus nu op de verschijning, naar ik hoop voor Pasen. Mijn gezondheid is niet schitterend, maar ook niet bepaald verontrustend. ’t Is voorjaar, de kwade tijd voor mensen op gevorderde leeftijd, die in hun gestel een zwak punt hebben. Ik heb de beide artikels van Miskotte: Moby Dick2 en Pars pro toto3 gelezen. Zij zijn buitengewoon goed. Alleen vraag ik mij af, of het evenwicht, dat tussen de verschillende loci4 wordt aangenomen, niet te sterk ingrijpt. Is de christelijke heilsorde dan niet historisch? En brengt dat niet de onderscheiding tussen het voorlopige en het definitieve mee? Tussen Oud en Nieuw? Anders komt men toch weer tot een soort systeem, in de vorm van een evenwicht. Paulus, Augustinus en Luther zijn de coryfeeën van het verbroken evenwicht. Paulus tegenover Petrus, Augustinus tegenover Pelagius en Luther tegenover Thomas. Dat lijkt mij een topvraag, die ook de eigenlijke kwestie is tussen ons en Rome. Denk er eens over na. Met hartelijke groet,

O. Noordmans.

(Origineel bij ds. Troelsta)

Noten

  1. 1

    R.C.G. Troelstra, zie brief nr. 946 (12.6.1954), n. 1.↩

  2. 2

    IdW 10 (5.2.1955) nr. 19, 617v.: over de Kirchliche Dogmatik van Barth, die vanwege de enorme omvang en de wit-linnen banden de bijnaam van ‘Moby Dick’ kreeg, de witte walvis in het gelijknamige boek van Henry Melville. Aan het slot van het artikel schrijft Miskotte: ‘...de walvis moet centraal worden getroffen en dan in mootjes gehakt - en wáár ge begint te snijden is niet zo beslissend als men op het eerste gezicht zou denken.’↩

  3. 3

    IdW 10 (19.2.1955) nr. 21, 649v.: over de functie van de loci in Barth’s K.D. Dit artikel begint als volgt: ‘Dat de locus, het klassieke dogmatische thema, op een bepaalde wijze pars pro toto staat, als deel plaatsbekledend voor het geheel, als deel in nuce de structuur van het Geheel vertegenwoordigend, dat staat aan het eind van II. 1 par. 24, 2 zeer bondig en boeiend te lezen...’ En verderop: ‘... juist omdat hij dus de dictatuur van de systematische positiekeuze in deze of gene locus afwijst..., juist daarom vinden we in zijn eigen werk aan elke locus een eigen zelfstandigheid, maar ook een eigen perspectief en daarin een volledigheid of een eigensoortige contractie van volledigheid méégegeven. ... Daarom is er nu ook practisch een goede grond, elkaar te bemoedigen...met de raad: begin maar ergens middenin. ... Het feit, dat in elk stuk der leer de héle leer present is onder een bepaald aspect, is dus de tweede reden, waarom we Moby Dick zó ontstellend niet vinden als het hele gevaarte met de stuwende kracht van de oceaanreus op ons áánvaart - we gaan terzij, we treffen hem èrgens in zijn huid, op een zenuw, we leggen hem ergens lam, we halen één laag naar ons toe, we hakken het geval in mootjes. En dan happen we erin; dan vinden en proeven we zeker nooit een eenzijdigheid; gelijk het hele Werk synthetisch is ... zo is ook elk onderdeel synthetisch...’↩

  4. 4

    Lat.: de verschillende dogmatische hoofdonderdelen (lett. plaatsen).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 963. O. Noordmans aan UM Holland8. Lunteren965. O. Noordmans aan R.C.G. Troelstra →