968. A. Wapenaar1 aan O. Noordmans
Hattem, 28 juni 1955
Hooggeachte Dr. Noordmans,
[....]2 Van harte gelukgewenst met uw bundel,3 een geschenk aan de Una Sancta, een ‘Fundgrube’ voor haar theologen en ‘leken’. Het zoeklicht van de Geest laat ge spelen over de geheimenissen van het koninkrijk en U bezit de gave deze zware opgave tot een blij spel voor de geestverwante lezers op te voeren. Inderdaad: òp te voeren: we gaan de hoogte, de ruimten in, de perspectieven van het Woord op de vleugelen van uw vaak beeldend proza, als u zich b.v. vermeit in ‘paradoxen van mystieke huize, die in onze ziel de zegen kunnen inzingen, die de vrucht is van Jezus’ veroordeling door Pontius Pilatus’.4 U laat het telkens vonken en flitsen van een bevrijdende humor, een gave, die dr. A. Kuyper ten enenmale miste, hoe groot een kunstenaar van het woord hij was. U vermoeit de lezer niet door ingewikkelde zinsbouw en zwaar-op-de-hand-zijn, tenzij aan het slot in deel IV, waar u tegen Rome en de roomse tendenzen in uw kerk polemiseert, hoewel het daar met die ingewikkeldheid nog al meevalt: het gaat daar om heel diepe dingen, die zich heel moeilijk in speelse vormgeving laten vangen. Mij boeide vooral een ‘zicht’ op Oudtestamentische figuren als Jaël, Delila, Saul, Michal, etc. Misschien omdat u daar diep-borende karakteristieken geeft die nieuw licht doen fonkelen over en door bekende schriftgegevens, met name trof mij het slot van de Jaël-tekening. Hier zijn de perspectieven van Oud- en Nieuwtestament saamgevallen. Hier wordt het oude ‘nieuw’, christocentrisch. En tegen veel oudtestamentische preken is vaak dit bezwaar in te brengen, dat er zonder enige overtuigende overgang in het Evangelie wordt ‘gestapt’. Vanmorgen nog hoorde ik weer Naäman, de Syriër preken voor de microfoon. Dan wordt Elisa direct Christus en de Jordaan Golgotha. Zo moet het niet, maar ik erken dat het héél veel vraagt van de theoloog geen kapstok-preek, maar Woord-opening te geven.
Wat een sublieme schets is de verschijning in boeiende kleuren van Douwe;5 hoe gedurfd en toch eenvoudig heet het: ‘Zo moet God er hebben uitgezien toen Hij de wereld geschapen had en ging rusten op de zevende dag.’ Hier is de kunstenaar aan het woord, door Douwe heen wordt hij visionnair: o sancta simplicitas, de rook te kunnen snijden, tegelijk met de waarheid. O rust en vrede van het wijde veld, waar de aarde inderdaad ‘tempel van ongekorven hout’ wordt, waar het Woord recht gesneden wordt. Hier vooral krijgt de Geest gestalte. Ik zou nu kunnen eindigen. Het was niet mijn bedoeling een soortement recensie te geven. Excuseer me, dat het er toch wat op gaat gelijken. Toch nog iets over wat Rome geweldig prikkelen zal tot polemiek, dat de stad van het Vaticaan mystisch de stad van Paulus is. Petrus gaat, Paulus komt, schrijft u daarboven. De Geest domineert als het Woord zelf, het onzichtbare drijft achter het zinlijke sacrament. Een halve eeuw geleden, schreef. ds. Sikkel6 een brochure over ‘De aanschouwing bij het onderwijs’ en waarschuwde tegen de suprematie van het zien boven het horen, het beeld boven het Woord. Hij kreeg tegenstand maar vandaag weten we er meer van: film en televisie gaan hun des-integrerende gang ten koste van het Woord.
Ik stop nu: moge de Heer u door Zijn Geest heel nabij zijn en blijven. Wij vergeten in de gemeenschap der heiligen en het gebed U niet. Dank zij uw ruimte en diepte staat u zo heel dicht naast b.v. kerkelijk-gereformeerden, die van u houden om uw eigen heel persoonlijke geluid, een ‘kloek’ getuigenis, om met prof. K. Dijk7 te spreken, al is deze misschien bezig om ‘Barthianisme’ in uw boek te speuren. Nogmaals: de Heer bevolen. Hartelijke groeten van huis tot huis.
A. Wapenaar.
(AN)