Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

972. O. Noordmans aan J.J. Buskes1

Lunteren, 4 november 1955

Bravo Buskes,

Twee weken lang had ik mijn hart een beetje vastgehouden over je discussie met Smits.2 Deze had je Terzijde3 nogal theologisch aangepakt. Ik dacht: Als Buskes daar maar niet in trapt. Maar neen! Het stuk van vanmorgen4 was een sterke en glorieuse afweer. Zulke dingen moeten met het oor gekeurd worden en niet met het verstand. Men oordeelt er over met het gehoor. Het gaat ‘om de klank van het woord’. Nu je dit als het centrum van je verdediging koos, heb je op alle andere punten ‘facillime’ je Terzijde gehandhaafd. De vrijzinnigen en Smits hebben een lelijke beurt gemaakt en je houding was imponerend. Met hartelijke groet,

O. Noordmans.

(ABuskes)

Noten

  1. 1

    J.J. Buskes, zie brief nr. 815 (1.2.1948), n. 1.↩

  2. 2

    P. Smits, zie brief nr. 850 (6.5.1949), n. 2.↩

  3. 3

    Terzijde ‘Dat bevalt mij veel beter’, IdW 11 (1.10.1955) nr. 1, 15. In dit artikel vermeldt hij een predikant die een bede uit het Onze Vader heeft gewijzigd, nl. ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ in ‘Sta ons bij in alle verzoeking, gelijk ook wij vergeven moeten onze schuldenaren’. Ene heer Geluk reageerde daarop met de uitspraak: ‘Dat bevalt mij veel beter.’ Buskes maakt echter principieel bezwaar, aangezien dan wel meer amendementen aan te brengen zouden zijn, die de Schrift heel wat acceptabeler zouden maken. Deze Terzijde ontlokte een reactie van P. Smits in Kerk en Wereld onder de titel ‘Van terzijde tot er naast’, dat Buskes integraal overnam in een Terzijde met dezelfde titel in IdW 11 (29.10.1955) nr. 5, 77v.↩

  4. 4

    Buskes diende Smits van repliek in Terzijde ‘Van ernaast tot ter zake’ met het opschrift ‘Oneerbiedig en platvloers’, IdW 11 (5.11.1955) nr. 6, 94v.: ‘Eenvoudig vind ik het niet, om Dr. Smits te antwoorden. Nu ik zijn artikel, waarin hij kritiek oefent op mijn Ter Zijde ‘Dat bevalt mij veel beter’, nog eens herlees, weet ik niet, waar ik moet beginnen. Hij zegt heel wat, waarmee ik het van harte eens ben en toch heb ik het gevoel, dat ik aan het einde hartgrondig nee zeg. Dr. Smits heeft heel wat meer in mijn Ter Zijde gehoord, dan ik heb willen zeggen. Het raakt volgens hem het gehele Vrijzinnige Protestantisme in het hart en de door mij geleverde kritiek is typerend voor de zgn. Midden-orthodoxie, bij welke zonder enige twijfel de leiding van onze kerk berust. Ik weet met die kwalificatie ‘Midden-orthodoxie’ niet goed weg evenmin als met de kwalificatie ‘het gehele Vrijzinnig-Protestantisme’, maar ik kan eerlijk verklaren, dat ik, mijn Ter Zijde schrijvende, er niet over gedacht heb, het gehele Vrijzinnige Protestantisme in het hart te raken. Als Dr. Smits gelijk heeft, heb ik de pijl, die in dat hart terecht kwam, in mijn onnozelheid geschoten. Dat kan natuurlijk. Het zou mij welhaast hoogmoedig maken. Het is nogal wat: het gehele Vrijzinnig Protestantisme in het hart raken?! Volgens Dr. Smits heb ik intussen geen pijl, maar een bok geschoten. Mijn Ter Zijde was heus niet meer dan een Ter Zijde, een spontane reactie op de heer Geluk. Die citeerde een bede van het Onze Vader en zei: Daar ben ik het niet mee eens! Hij vertelde van een wijziging, die Ds. T. in die bede aanbracht en zei: Dat bevalt mij veel beter! Die twee zinnetjes irriteerden mij bovenmate. Tegen die twee zinnetjes was mijn Ter Zijde gericht. Ik vind ze ook na de lezing van het artikel van Dr. Smits ongelofelijk hoogmoedig en eigengereid. Het Onze Vader is in het Evangelie niet een bijkomstigheid. Wie van een bede van het Onze Vader zo terzijde zegt: Daar ben ik het niet mee eens, en van een wijziging, die een dominee in deze bede aanbracht: Dat bevalt mij veel beter, springt op een in de ruimte van de kerk onverantwoordelijke wijze met het Onze Vader om. Men moet die twee zinnetjes hardop nazeggen: Daar ben ik het niet mee eens, Dat bevalt mij beter!, om het irriterende ervan te ervaren. Zulke zinnetjes hebben een bepaalde gevoelswaarde. Ik voel er een gebrek aan eerbied tegenover de bijbel en de persoon van Jezus in. Nee, nu moet Dr. Smits niet dadelijk met een brede principiële beschouwing komen. Die mag natuurlijk ook komen en ik ben bereid er op te reageren, maar niet dadelijk. Het woord vrijzinnig heb ik met opzet in mijn Ter Zijde niet gebruikt. Dr. Smits doet het wel. Goed. Laat ik dan mogen zeggen, dat het Vrijzinnig Protestantisme onder meer ook dit gevolg heeft gehad, dat een mens een bede uit het Onze Vader citeert en zonder blikken of blozen, heel vlot en vanzelfsprekend zegt: Daar ben ik het niet mee eens, en van een door een dominee in die gedachte aangebrachte wijziging: Dat bevalt mij veel beter! Hier komen geen theologische vragen aan te pas. Hier kan men de exegese van het Onze Vader gerust nog even terzijde laten. Het gaat hier om heel andere dingen. Om een bepaalde mentaliteit. Om bepaalde gevoelswaarden. Om de klank van het woord. De schrijver van Ter Zijde geeft alle ruimte aan de theologie en de exegese. Deed hij dat niet, dan zou hij in 1926 niet als dominee van de Gereformeerde Kerken geschorst en afgezet zijn. Het is daarom bepaald niet aardig van Dr. Smits - het is alleen eigenaardig - dat hij zegt: Ds. B. schijnt slechts Godsopenbaringen in het Nederlands te kennen! Waar die pijl terecht komt, weet ik niet. In elk geval niet in mijn hart. Mijn protest ging tegen het oneerbiedig en platvloerse van die twee uitlatingen: Daar ben ik het niet mee eens, en: Dat bevalt mij veel beter! Als ik vanwege dat protest spreek over een mannetje uit het stof verrezen, moet Dr. Smits mij niet vragen - in gemoede nog wel - of de man van Nazareth, die ons het Onze Vader schonk, dan geen sterveling uit het stof verrezen was. Wil hij met alle geweld een antwoord, dan kan hij het krijgen: Ja, de man van Nazareth was ook een sterveling, maar als hij dat alleen was geweest, zou er heden ten dage geen Christelijke Kerk, geen Midden-orthodoxie en geen Vrijzinnig Protestantisme zijn. Wanneer de man van Nazareth zijn discipelen en ons het Onze Vader leert, doet hij dat als machthebbende en niet als de schriftgeleerden, doet hij dat als de sterveling, die gezegd heeft: Ik ben het licht der wereld, wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben, Ik ben de weg, niemand komt tot de Vader dan door Mij, ik en de Vader zijn één, die Mij ziet, die heeft de Vader gezien! (Om misverstanden te voorkomen, ik weet zeer wel, dat er theologen zijn, die menen, dat Jezus deze woorden niet gesproken heeft, maar dat Johannes en de eerste gemeente hem deze woorden in de mond hebben gelegd, maar ik geloof nu eenmaal met de christelijke kerk aller eeuwen in Jezus Christus, Gods eengeboren Zoon, onze Heer). Mijn karakterisering: een mannetje uit het stof verrezen, gebruikt voor een dominee, die een wijziging in het Onze Vader aanbrengt, en voor één, die zegt: Dat bevalt mij veel beter, omdat hij het met de vijfde bede van het Onze Vader niet eens is, heeft een heel andere betekenis dan die, welke gehecht moet worden aan de karakterisering van Jezus als sterveling. Dr. Smits, daar is een oneerbiedige en platvloerse orthodoxie, die wij met alle kracht die in ons is moeten bestrijden, ook al behoren tot die orthodoxie mannen die een vooraanstaande plaats in het Orthodoxe Protestantisme innemen en een grote plaats innemen in het hart van velen. Indien ik als orthodox predikant oneerbiedig en platvloers in mijn spreken over Jezus en zijn woord ben, kan ik alleen maar hopen, dat er een collega is - orthodox of vrijzinnig, het mag Dr. Smits zijn - die zegt: Wat verbeeld jij je, mannetje uit het stof verrezen! Ik huiver vaak vanwege het gebrek aan eerbied en de platvloersheid van vele orthodoxen tegenover de bijbel en de persoon van Jezus. Maar Dr. Smits kan niet ontkennen, dat het Vrijzinnig Protestantisme bij velen van zijn volgelingen een even groot gebrek aan eerbied en een even grote platvloersheid tegenover de bijbel en de persoon van Jezus in het leven heeft geroepen, anders van karakter, maar even afschuwelijk. Dat gebrek aan eerbied voelde ik in dat zinnetje: Daar ben ik het niet mee eens! Die platvloersheid in de woorden: Dat bevalt mij veel beter! Hier kunnen wij alle theologie en exegese ter zijde laten en eenvoudig zeggen: Dit komt niet te pas! En als er zijn, die dit niet met mij meevoelen, dan kan ik slechts zeggen: Gij zijt van een andere geest! Maar dan loopt de scheidslijn dwars door de orthodoxie en het vrijzinnigendom heen. Ik kan Dr. Smits staaltjes van orthodoxe oneerbiedigheid en platvloersheid vertellen om van te schrikken. Maar op Texel en in Amsterdam heb ik een vrijzinnige oneerbiedigheid en platvloersheid meegemaakt, om van te huiveren. Ik ben altijd bereid de positieve betekenis van het Vrijzinnig Protestantisme te verdedigen, maar ik ben niet bereid, de geestelijke verwoestingen over het hoofd te zien, die het Vrijzinnig Protestantisme in hele streken van ons vaderland in dat opzicht heeft aangericht. En ik blijf er bij, dat het oneerbiedig en platvloers is, wanneer een mens - een sterveling - van een bede van het Onze Vader zegt: Daar ben ik het niet mee eens en van een door een dominee aangebrachte wijziging: Dat bevalt mij veel beter! Met opzet vermeed ik in mijn protest het woord vrijzinnig, maar als Dr. Smits zegt, dat mijn protest het gehele Vrijzinnige Protestantisme in het hart raakt, kan ik er niet onderuit en moet ik zeggen: Inderdaad, op de debetzijde van het Vrijzinnig Protestantisme staat onder meer de verantwoordelijkheid voor de oneerbiedigheid en de platvloersheid, die in zulke zinnetjes vlees en bloed zijn geworden. Een volgende keer verder.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 971. K.H.E. Gravemeijer c.s. aan O. Noordmans8. Lunteren973. K.H. Miskotte aan Mw. Noordmans-Oosterhuis →