Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

974. K.H. Miskotte aan Mw. Noordmans-Oosterhuis

Leiden, 24 juni 1958

Hooggeachte Mevrouw,

Het is jammer en ook vreemd, dat wij niets meer hooren van de plannen tot uitgave van de geschriften van uw man, de hoogvereerde, de onvergetelijke. Noch van een totaal uitgave, noch van een uitgave van althans het nagelaten werk werd de laatste twee jaar iets vernomen; ik heb u, meen ik, nog op de hoogte gesteld van mijn inzage en ordening van de papieren, die ik vond ten bureele van U.M. Holland. Een tijdlang heb ik gedacht, dat mijn bemiddeling niet gewenscht werd door de Heer van Ulzen, en ik heb gezwegen in de hoop, dat de zaak over u of over uw zoon liep. Nu uit Lunteren ook niets te melden valt, blijkbaar, bekruipt mij de vrees, dat deze goede zaak in de doofpot wordt gestopt. Mag ik voor alle zekerheid nog even informeeren of u iets meer weet. U moge mij vergeven, dat ik u hiermee lastig val; het zou ook beter en misschien vruchtbaarder zijn als ik in uw huis eens kwam overleggen; het treurige moderne liedje: “ik vind er de tijd niet voor” moet ook ik zingen! de schaamte mag echt zijn, toch is ze niet diep genoeg om tot krachtdadige verandering te komen. Wilt u zoo goed zijn mij te zeggen, welke uitzichten er nog zijn. Zooals u wellicht weet, is de Heer den Besten bij de U.M. Holland weggegaan en geheel uit de Uitgeverij verdwenen, hij studeert nu duitsch, om leraar te worden. Daarmee is een belangrijk contact-punt voor ons verdwenen. Het dunkt mij, afgezien van de uitgave in kwestie, dat het grote, het geniale in onze tijd zoo snel verdrongen wordt uit de aandacht. In één van de volgende nummers van “In de Waagschaal” doe ik een kleine poging om dit zwijgen te breken door een lezing van onze vereerde meester over Verzoening, waarvan ik een getypt exemplaar in een oude map vond (hij is van 1932) af te drukken. Ik denk, dat u dit zult waardeeren en indien u bezwaren heeft, wilt u ze mij dan zeggen, dan zullen wij er, zij het met spijt, van afzien. Zoo hoop ik dan over beide punten (zoo mogelijk) iets van u te horen. Wonderlijk, dat ik nooit in de buurt van Ede en Lunteren kom, één keer ben ik onverwacht met een auto langs uw huis gereden, maar die mij reed had geen tijd om te stoppen, en mij ruimte te geven voor een bezoek, dat trouwens, onaangekondigd, misschien niet eens welkom zou geweest zijn. In de hoop te mogen denken dat het u naar omstandigheden goed gaat en blij met elk concreet bericht ook over uw kinderen, met hartelijke groeten,

uw dw.

K.H. Miskotte

(AN)

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 973. K.H. Miskotte aan Mw. Noordmans-Oosterhuis8. Lunteren