512. C.W. Coolsma1 aan O. Noordmans
Groningen, 23 september 1935
Amice!
Hartelijk kom ik je bedanken voor je prachtige boekje Dingen, die verborgen waren.2 Werd er meer zo geschreven en gesproken! Wat is dat goed en echt en fijn. Ik wou, dat je hier in de buurt stond; ik zou bij jou willen kerken. Bij anderen doe ik dat zelden, ik sticht meestal maar mijzelf! Je wordt nogal eens miskend, lijkt me. Erg is dat niet, want je bent dan in beter gezelschap dan al die gedecoreerden en gehonoreerden en gepromoveerden, maar ondertussen zij het je ziel ’n kleine verkwikking (zo iets als ’n perpermuntje bij een tussenzang), dat een vervelende scherpe criticus als C.W.Coolsma genoten heeft, en op zijn kop heeft gehad, en vertroost is en gesterkt. Ik ga jouw boekje cadeau doen aan mijn beide collega-zonen.3 En dankbaar blijft je gaarne tt.
C.W. Coolsma.
(AN)