Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

548. J. Koopmans1 aan O. Noordmans

’s Heer Hendrikskinderen, 19 oktober 1935

Hooggeachte dr. Noordmans,

Spoediger dan ik eerst dacht, meen ik uw advies nodig te hebben in zake de nieuwe dissertatie.2 Zeer hoop ik, dat u dit niet als een onaangename belasting zult gevoelen, temeer daar ik uw antwoord heel graag op korte termijn zou tegemoet zien. Daartegenover staat, dat onderwerp en behandeling, zoals die mij thans voor de geest staan, veel onmiddellijker ‘uit uw school’ zijn (als het geoorloofd is, het zo te zeggen) - zodat het u minder moeite kosten moet om de zaak terstond te overzien. De zaak is deze, dat prof. van Rhijn3 er vrij duidelijk geen zin in heeft. Hij meent - en dit is stellig niet ten onrechte - dat ik voortdurend gevaar loop, mij in de studie in het wijde te verliezen, en is van oordeel, dat dit ook ditmaal weer het geval zal zijn, als ik over ‘orthodoxie’ wil werken. Bovendien raadt prof. van Rhijn aan, om terug te keren tot ‘het kerkbegrip van Calvijn’, of, voor het geval ik daar niet aan wil, noemt hij nog enkele onderwerpen, die me in het geheel niet aantrekken. Ik heb teruggeschreven, dat ik de zaak ernstig zal overwegen (dat betreft dan ’t ‘kerkbegrip van Calvijn’ en de vraag of ‘orthodoxie’ wel als dissertatie kan dienen) en dat prof. van Rhijn zeer binnenkort nader bericht ontvangt. Nu zou ik graag aan u eens voorleggen, wat ik me ongeveer van onderwerp en behandeling voorstel.4⚑ Zoudt u dan eens willen schrijven, of er naar uw oordeel wat in zit? U zult mij door uw antwoord ten zeerste verplichten. Zoudt u deze ‘bijlagen’ tegelijk daarmee willen terugzenden? Met beleefde groeten en de meeste hoogachting, uw dw.

J. Koopmans.

(AN)

Noten

  1. 1

    J. Koopmans, zie brief nr. 456 (22.5.1934), n. 16.↩

  2. 2

    Zie de brieven nr. 517 (5.10.1935) en nr. 527 (10.10.1935).↩

  3. 3

    M. van Rhijn, zie brief nr. 346 (29.11.1924), n. 7.↩

  4. 4

    Zijn nieuwe onderwerp was: Het oudkerkelijk dogma in de Reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn (diss. RUU, Wageningen 1938).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 547. D. Tromp aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945549. P.J. Kromsigt aan O. Noordmans →