551. W.J. Aalders1 aan O. Noordmans
Groningen, 21 oktober 1935
Zeer waarde Heer,
Gij zoudt mij verplichten door mij uw toespraak van woensdag l.l.2 nog even te laten lezen. Eén en ander is mij, als hoorder, voorbijgegaan en ik zou gaarne haar nog eens in haar geheel in mij opnemen. Wij denken nog gaarne aan woensdag l.l. terug. Deze plechtigheid heeft velen goed gedaan. Met verzekering van mijn hoogachting, u bij voorbaat dankend, Uw dw.
W.J. Aalders.
(AN)