561. K. Schilder1 aan O. Noordmans2
Kampen, 16 november 1935
Hooggeachte dr. Noordmans,
In enkele bladen las ik een verslag van uw rede voor studenten van de Vrije Universiteit.3 Daarin hebt u, - volgens dat verslag - gehandeld over Kuyper en (iemand als) Schilder. Uw bedoeling werd me echter niet duidelijk; de kwestie zelf schijnt me belangrijk. Nu wilde ik u vragen of u mij in het kort een door u zelf gegeven resumé van uw te Amsterdam gehouden rede, voorzover het dit punt betreft, zoudt willen verstrekken.4 Ik wilde het dan opnemen in De Reformatie, het bespreken en gaarne u weer het woord geven, teneinde tegenover mijn mening de uwe te plaatsen, enz. Kortom: een gesprek. Het zou me verblijden als u daarvoor iets gevoelt. Met beleefde groet, Hoogachtend, uw dw.,
K. Schilder.
(AN)