569. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans
Gorssel, 18 januari 1936
Beste Noordmans!
Zaterdagmorgen. ’k Heb de post doorgelezen en dadelijk gaf ik de Wachter2 aan m’n vrouw en zei: dat moet je nu vóór alles eens rustig gaan lezen. Ze heeft het gedaan en vond het prachtig. Ik heb behoefte je er voor te danken. Van de week hadden we Postma (Oudenbosch)3 hier met z’n vrouw, die juist ook op de house-party4 in Oosterbeek5 waren geweest. Natuurlijk veel er over gepraat. Zij waren niet geweldig onder de indruk. Mevr. Postma helemaal niet. Zij kon zich niet vinden in de ‘getuigenissen’ na zo’n stille tijd. B.v. er is stille tijd geweest. Mevr. Gregory6 (ik citeer Mevr. Postma) zit ook met papier en potlood en schrijft wat de Geest haar zegt. Ze staat op en zegt: ‘ik heb nu het voornemen om wat vroeger op te staan.’ Een andere keer zegt diezelfde mevrouw ook na ’n stille tijd: ‘ik voel dat ik wat vriendelijker moet zijn tegen m’n dienstbode.’ Toen heb ik met wijd-open ogen zitten kijken. Is het dat nou? Is dat stille tijd? Is dat de confrontatie met je eigen diepe innerlijk, is dat de ontmoeting van je ziel en de Geest Gods? En daar komt me je stuk van vanmorgen. Prachtig man! Ik dank je er heel hartelijk voor. O, wat hebben we nodig veel meer te leven met de Bijbel. Je noemt het zo machtig mooi: de weg aftasten, met het Woord.7 Kijk, zo’n artikel zet de hele winterse dag in heerlijk licht voor me. Zo langzaam aan zou je, als je niet voelt voor house-party’s het gevoel krijgen een verheidenst mens te zijn. Jouw artikel heeft weer verlossend en bevrijdend gewerkt. Een goede zondag morgen. Met veel groeten ook aan vrouw en kinderen, graag als altijd, tt.
J.H.C. Kamsteeg.
(AN)