571. O. Noordmans aan G.W. Oberman1
Laren (G.), 24 november 1936
Waarde Secretaris,
Reeds eerder had ik u willen schrijven over de affaire-Stevens in Hervormd Nederland. Er is reeds iets over te doen en gij zijt door Van der Leeuw voldoende op de hoogte van een zekere ontstemming bij de leden, die lid zijn van de reorganisatie-commissie. Ik behoef dus niet in bizonderheden te treden. Wat ik wilde zeggen is dit. Als er in ‘Kerkopbouw’ een zekere ‘zijde’ is, waar men de dingen zo ziet, dan lijkt het mij toch een fout, dat Stevens daaraan uiting gaf. Hij heeft alle besprekingen in de commissie meegemaakt. En afgezien daarvan is hij geen secretaris, ook geen 2de secretaris. Zijn publicatie wekt de gedachte alsof hij namens de vereniging schreef. Ten slotte is Stevens pas afgestudeerd en pas als predikant bevestigd. Hij is nog in de leer, ook in Kerkopbouw. Het lijkt mij een blunder. Met collegiale groet,
O. Noordmans
(AKO)