600. D. Tromp1 aan O. Noordmans
Zandvoort, 5 juli 1938
Hooggeachte dr. Noordmans,
’k Heb in de NRC2 gevolgd wat er zo geschreven is geworden in verband met het advies van de uitvoerende commissie; of beter, van een deel van die commissie. ’k Heb dit alles gevolgd met een zekere vrees: wat nu met Kerkopbouw? Men heeft dus toch naar buiten zich willen uitspreken in een bepaalde richting. Dit ging gepaard met een negatie van de andere meningen, met name van uw mening. Ik vind die hele houding niet alleen weinig geruststellend en weinig beloftevol; maar vooral dit: die houding maakt, dat ik er geen houding meer in vinden kan. Wanneer ik nu bedenk dit slimme advies (want hier is alles niet recht toe recht aan gegaan) de houding der vrijzinnigen, de houding van Korff3 tegen mij op de buitengewone classikale vergadering, dan weet ik niet wat nu. ’t Is voor mij een weg die doodgelopen is. ’t Gesprek is niet alleen onderbroken; maar ’t heeft aan het licht gebracht dat die zogenaamde toenadering maar schijn was; discussie, woorden. Er was in Kerkopbouw nog niets gewonnen. Nu het er op aankwam, hebben we elkander niet zacht behandeld. En kerkopbouw is een verdeeld kamp. Natuurlijk, de gelegenheid tot een theologische discussie blijft. Het theologisch gesprek niet. Er is geen openheid, er is niet een gemeenschappelijk werken. Wel een pogen om de ander te winnen voor het goed gefundeerde inzicht. ’k Voel er bitter weinig voor om langer in het moderamen zitting te hebben en lid te zijn van Opbouw. Wat niet wil zeggen, dat ik lid zou willen worden van Herstel. Maar: u heeft er veel gedaan, tegen u zijn ze hard geweest; ik wil mij laten bepalen door u. Zou u er uitgaan, dan volg ik direct. Meent u dat blijven toch wijzer is, dan zal ik me schikken. Maar mijn verwachting is arm, bloedloos. Wat een dorre tijd! Wat een vreselijke vergaderingen! Met deze kerk kan, menselijk gesproken, alles gebeuren. Wat heeft u weer een wijs boekje geschreven!4 Houdt u toch altijd ervan overtuigd hoe dankbaar en hoe ontvankelijk we zijn voor uw woord! Met vriendelijke groet, Uw
D. Tromp.
(AN)