610. O. Noordmans aan P. Scholten1
Laren, 21 october 1938
Hooggeachte professor,
Met grote belangstelling nam ik kennis van de inhoud van uw schrijven van 19 october j.l. De oprichting van een tijdschrift zo als daar bedoeld, lijkt mij van veel belang. Ik heb het ontbreken daarvan reeds geruime tijd als een ernstige leemte gevoeld. Gaarne wil ik mij dan ook tot medewerking bereid verklaren en zitting nemen in de kleinere redactie. Of ik iets zou kunnen geven van wat u in dit opzicht van mij vraagt, zou ik van te voren niet gaarne zelf bevestigen. De vragen zijn bezig ons zo snel boven het hoofd te wassen, dat een oplossing hoe langer hoe duidelijker in de hand Gods komt te liggen. Bijna van dag op dag is dat, in steeds sneller tempo, het geval. Behoudens uw tegenbericht hoop ik dus woensdagavond, 26 october, te 8 uur, aan uw huis te zijn. Blijft nog over de financiële zijde. Ik woon buiten ’t centrum. Reizen loopt van hier uit nogal op. Ik heb nog ± f. 20.- onkosten van de laatste drie vergaderingen van ’t reorganisatie-comité, die ik niet van Evenhuis2 heb terug ontvangen.- Maar vermoedelijk zult u deze dingen in uw plannen wel hebben verdisconteerd. Zoudt u mij nog, per kaart, even de lijn kunnen noemen, die ik heb te nemen aan ’t centraal station? Met hoogachting, uw dw.
O. Noordmans.
(APS)