Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

616. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Laren (G.), 21 maart 1939

Amice,

Twee zendingen van je wachten nog op beantwoording. In de eerste plaats De Vreemde Vrijspraak,1 waarvoor ik zeer dankbaar ben. Ik zocht telkens naar tijd om deze preken eens rustig met niet te lange tussenpozen door te lezen. Maar kon die nog niet voldoende vinden. Wel heb ik er in gelezen. De bundel is een specimen van een moderne prediking, zoals het midden van de 20ste eeuw die wel verder tot ontwikkeling zal zien komen. Welk een ander modernisme dan dat van ± 1840. Maar wat een felle tijd beleven we, Miskotte! Wat past deze tijd bij de bijbel. Zelfs de NRC, rubriek ‘In het voorbijgaan’ heeft ontdekt dat er maar drie hoofdsoorten van mensen zijn: joden, christenen en heidenen.2 Hartelijk dank voor je preken, waarvoor ik nog verdere tijd en aandacht blijf reserveren. En nu je briefje van 23 februari j.l.3 naar aanleiding van mijn ‘Kroniek’.4 Het was een lastige vraag die je mij daarin stelde en dat zul je zelf wel ’t best geweten hebben. Je vraagt - op de manier van Teyler’s Genootschap5 - een uitvoerige en beredeneerde uiteenzetting van wat bedoeld is met die verbuiging, vervoeging, afronding van zinnen bij De Hartog;6 die syntaxis caritatis7 (zo noem ik het nu). Ja dat is inderdaad een heel lastige vraag. Vooral dat verlangen om er ‘desnoods alleen enige voorbeelden’ van te geven. Ik wou dat ik dat kon! Het waren - die uitdrukkingen van mij - hele lichte toetsen van fenomenologische aard, die voor verdere concretisering voorlopig niet in aanmerking komen. De zin er van is mijzelf duidelijker dan het andere dat ik duidelijker heb kunnen zeggen. Het was eigener voor De Hartog dan al het andere. Ik was ik. Daarbij moet ik het laten. Dank voor je uitknipsel uit De Bazuin.8 Dat is syntaxis stultitiae.9 Met vriendelijke groet, tt.

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    De Vreemde Vrijspraak, 12 preken als een afscheidsgeschenk aan de Gemeente van Haarlem (Amsterdam 1938).↩

  2. 2

    De rubriek ‘In het voorbijgaan’ verscheen op de zondagen in het Ochtendblad. Op 19.3.1939 was het stuk naar aanleiding van Joh. 19:11, het tafereel van Jezus voor Pilatus. ON doelt op de volgende passage aan het slot: ‘Hier hebben wij het heele aardsch-hemelsch conflict vóór ons zooals zich dat dagelijks afspeelt. Ter eene zijde het fanatisme der Joden, ter andere de scepsis van een Pilatus - nòg twee machten waaruit zooveel onheil wordt geboren - en daartusschen en daarboven de Christusfiguur, die, op een gansch ander levensplan verkeerend, ook deze beide ziet opgenomen in het allesbeheerschende leven Gods dat zich als firmament vast welft over alle tijdelijkheid en verwarring. Hij is nu uitgegaan boven allen lust en alle smart, een andere werkelijkheid binnen, de werkelijkheid Gods, waarin hem niets aardsch meer deren kan... Ervaren met dit beeld voor ons, dat het leven edeler kan zijn dan het stoffelijke, dan macht, dan zelfs kunst en wijsheid het maken kunnen; dat het een ‘zijn’ kan zijn in werelden waar geen woord meer reikt en geen pijn meer smart. En dat zelfs in dezen tijd aldus het oude woord van J.P. Coen ook in hoogeren zin ’s levens diepste waarheid vertolkt: ‘Ende dispereert niet.’’↩

  3. 3

    Deze brief is niet bewaard.↩

  4. 4

    ON schreef in Woord en Wereld 1 (1939) en 2 (1940), een deel van de vaste rubriek ‘Kroniek’. De Kroniek waarop Miskotte doelt is de eerste van deze reeks, waarin ON de in 1938 overleden hoogleraar A.H. de Hartog herdenkt. Miskotte’s vraag gaat over het volgende citaat uit WW 1 (1939), 52 (VW 4, 249): ‘Want De Hartog had iets van de Pinkstergave. Hij kon in tongen spreken, voor ieder in zijn eigene taal en voor allen samen. Zijn ideeën traden op in eigen bekleding en de taal voegde zich, wanneer hij haar dwong het elementaire te zeggen, dat hij uit de diepte tevoorschijn bracht. Maar voor de verborgen omgang met God en de broeder had hij een eigen dialect, een soort moedertaal des Geestes, een tale Kanaäns in de goede zin des woords. De woorden kregen dan bijna een eigen verbuiging en de werkwoorden een eigen vervoeging. De zinnen ontvingen een zekere ronding, een syntaxis, die men nergens anders zo kon beluisteren. Er kwam haast en snelheid in de woorden, die dan onverwacht een hoek omsloegen om met vaart verder te gaan, zoals hij zelf dat als student placht te doen in de straten van Utrecht.’↩

  5. 5

    De Haarlemmer P. Teyler van der Hulst (1702-1778), koopman, doopsgezind, maecenas en filantroop, geïnteresseerd in kunst, (natuur)wetenschap en theologie, gaf bij testament te kennen dat zijn erfenis besteed diende te worden ter a) bevordering van de godsdienst, b) aanmoediging van kunsten en wetenschappen en c) hulp aan arme en noodlijdende mensen. Ter verwezenlijking van de eerste doelstelling werd een genootschap opgericht: ‘Teylers Godgeleerd Genootschap’. Prijsvragen werden uitgeschreven (de eerste in 1778) en de bekroonde verhandelingen gepubliceerd. Vgl. J.C. Boogman en W.F. Dankbaar ‘Teyler’ 1778-1978. Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van het tweede eeuwfeest (Haarlem/Antwerpen 1978).↩

  6. 6

    A.H. de Hartog, zie brief nr. 154 (23.11.1901), n. 1.↩

  7. 7

    Lat.: zinsbouw der liefde.↩

  8. 8

    Dit zou kunnen slaan op prof. K. Dijk (Schilder zelf vertoefde van januari-april 1939 in de USA) in de rubriek ‘Kerkelijk leven’, De Bazuin 3 februari 1939, nr. 5: ‘Barth raakt uit de gratie. Hij heeft Chamberlain verweten, dat deze nieuwe invalspoorten opent voor het Nationaal-Socialisme, en dat maakt hem in Engeland onpopulair; in ditzelfde land begint men genoeg te krijgen van zijn dialectische theologie; in Duitschland zit de Belijdeniskerk verlegen met haar ‘grooten profeet’; in Amerika wordt men ook al beducht voor zijn invloed, zoo sterk zelfs, dat de Algemeene Synode van de Presbyteriaanse Kerk niet goedgekeurd heeft, dat Barth’s vroegere medestander en medewerker Brunner in Princeton zou optreden en ... de zon gaat onder. Ook dankzij de oppositie, welke van meetaf onze theologen tegen hem gevoerd hebben, en onze juristen van de VU ook. Deze afloop was te verwachten. Een theologie als van Barth is geen theologie en leidt niet alleen tot verzwakking van de gereformeerde belijdenis, maar voert tenslotte tot agnosticisme en atheïsme. Dat klinkt hard, maar het is m.i. de waarheid. En daarom hebben wij prof. Schilder hartelijk dankbaar te zijn, dat hij terstond het groote gevaar heeft ingezien en den strijd heeft aangebonden toen nog weinigen het onschriftuurlijke van dit standpunt geheel onderkenden.’ Deze boutade besluit hij tenslotte met de verzekering: ‘dat prof. Schilder, ook in zijn voortdurende bestrijding van Barth en Haitjema de waarheid heeft willen dienen, en heel wat tournooien voor dien dienst heeft overgehad.’↩

  9. 9

    Lat.: zinsbouw der zotheid.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 615. C.L. Patijn aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945617. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →