Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

643. J. Koopmans1 aan O. Noordmans

30 december 1939

Hooggeachte dr. Noordmans,

Eerlijk gezegd had ik wel min of meer uw reactie op mijn boek over de Geloofsbelijdenis2 verwacht. En ik zit er zelf ook wel wat mee! De zaak is deze: u moet een boek schrijven voor theologen,3 ik moest er een schrijven voor laat ons zeggen NCSV-leden in het algemeen. Mijn opdracht luidde 8 à 10 vel. Nu had ik art. 1-7 klaar en kreeg het gevoel, dat het te ‘moeilijk’ werd voor het doel, waarvoor ik bezig was. Dat gedeelte was toen (ongeveer juli) al gedrukt. Ik heb het toen aan Tromp4 laten lezen, met het verzoek het vooral op het punt moeilijkheid te toetsen. Zijn oordeel luidde, dat inderdaad de vorm voor niet-theologen bezwaarlijk zou zijn. Ook zaten er enige historische trouvailles in van minder betekenis voor de niet-theologische lezer. Ik heb toen die eerste hoofdstukken met toestemming van de uitgever omgewerkt; maar om duidelijk te zijn had ik iets meer ruimte nodig dan oorspronkelijk was overeengekomen. Ook die uitbreiding werd mij toegestaan. Daar kwam toen nog bij, dat het boek ontzettend royaal is gedrukt, met het gevolg dat een manuscript, dat niet zoveel meer dan tweemaal zo groot kan zijn als dat van mijn deeltje in Onze Tijd,5 bij uitgave tot een dergelijke foliant is uitgedijd. Natuurlijk nam ook het afdrukken van de confessie enige ruimte. In ieder geval: toen het boek uit was, was ik wel een beetje bang om u onder de ogen te komen! - Niettemin lijkt mij uw werk door het mijne allerminst overbodig gemaakt. In de eerste plaats hebt u altijd nog wel wat en ook nog wel wat goeds te zeggen, nadat een ander uitgesproken is. Maar in de tweede plaats - en hier lijkt me de bedoeling van de uitgever te liggen - gelijk gezegd is uw opdracht een veel directer theologische. Bij de textuitgave van prof. Bakhuizen6 schrijven Miskotte, u en ik ieder een wetenschappelijke commentaar,7 terwijl de toelichting, die Oorthuys en ik tot Catechismus en Confessie hebben gegeven8 veelmeer een populair karakter dragen moest. Dat mijn boek dan iets meer sporen van de recentere theologie draagt dan dat van Oorthuys, ligt in de rede. Maar dat betekent nog niet, dat het een wetenschappelijk boek is in de strenge zin. Als het dat had moeten zijn, had ik mij ook niet zo op de vlakte kunnen houden met betrekking tot de door Van Langeraad gecritiseerde traditie omtrent De Brès’ bezoek aan Calvijn.9 Dat is een historische kwestie, welker beantwoording geheel ligt buiten mijn opdracht, en die ik ook niet verder heb uitgezocht. Ik ben aan de voorzichtige kant gebleven, omdat wel meer stelligs van Van Langeraad tegenwoordig weer wordt vrijgegeven, bijv. de spelling ‘De Brès’, waar Van Langeraad immers tot geen prijs aan wil.10 - Wat betreft het tweede:11 ik betreurde het, dat u als enige niet op het verzoek van Callenbach was ingegaan, en wilde er nog eens met u over praten. Dat was het wat Miskotte niet nodig vond en wat door Callenbachs optreden ook geheel overbodig werd. Natuurlijk hebt u het volle recht u aan het oorspronkelijke contract te houden. En nu Callenbach daarmee zo vlot accoord is gegaan, heb ik geen reden u te vragen er toch van af te wijken. Mij scheen alleen de verhouding tot de anderen, die zich allen hebben geconformeerd, wat moeilijk. Met hartelijke groet en de beste wensen voor u en de uwen in 1940, uw

J. Koopmans.

(AN)

Noten

  1. 1

    J. Koopmans, zie brief nr. 455 (22.5.1934), n. 16.↩

  2. 2

    J. Koopmans De Nederlandse Geloofsbelijdenis (Amsterdam 1939). Het Woord vooraf luidde: ‘Met het tegelijkertijd verschijnende boek van Dr. G. Oorthuys over de Heidelbergse Catechismus is dit geschrift allereerst bestemd tot de dienst van dogmatische studiekringen als die van de NCSV. Niettemin spreek ik gaarne de hoop uit, dat deze korte toelichtingen ook in wijdere kring de kennis van en de liefde tot de belijdenis onzer kerk mogen dienen.’ Op welke reactie Koopmans doelt is niet duidelijk. Gezien de inhoud is ON van mening geweest dat Koopmans zich teveel op zijn terrein had bewogen. Is dit de reden geweest waarom ON geen theologisch commentaar op de Nederlandse Geloofsbelijdenis het licht heeft laten zien?↩

  3. 3

    Vgl. brief nr. 637 (28.7.1939).↩

  4. 4

    D. Tromp, zie brief nr. 392 (feb. 1931), n. 1.↩

  5. 5

    J. Koopmans De Heilige Doop (Nijkerk z.j. = 1939 zie p. 70) nr. 9 uit de serie Onze Tijd onder redactie van ds. J.P. van Bruggen, dr. J. Eijkman en dr. K. H. Miskotte.↩

  6. 6

    J.N. Bakhuizen van den Brink De Nederlandsche Belijdenisgeschriften (Amsterdam 1940).↩

  7. 7

    Miskotte, ON en Koopmans hebben aan Uitgeverij U.M. Holland te Amsterdam toegezegd een wetenschappelijk commentaar op de belijdenisgeschriften te leveren bij de tekstuitgave van Bakhuizen, eveneens bij U.M. Holland verschenen. Oorthuys (zie n. 8) schrijft in zijn woord vooraf (p. 6): ‘Een wetenschappelijke bewerking der ‘Drie Formulieren van eenigheid’ zal verschijnen bij de Uitgeefster van dit boek. Ook daarom zij hier afgezien van een historische inleiding over het ontstaan van den Heidelbergse Catechismus, die wij in de genoemde uitgave natuurlijk vinden zullen...’↩

  8. 8

    G. Oorthuys De eeuwige Jeugd van Heidelberg. De Heidelbergsche Catechismus. Een Leerboek voor onzen Tijd (Amsterdam 1939).↩

  9. 9

    L.A. van Langeraad (1855-1913) Guido de Bray. Zijn leven en werken. Bijdrage tot de geschiedenis van het Zuid-Nederlandsche Protestantisme (diss. Leiden) (Zierikzee 1884). Over De Brès’ bezoek aan Calvijn zie: Van Langeraad, p. 22v. De naam De Brès komt niet voor in het ‘Livre du recteur’. Hij was dus niet ingeschreven als student te Genève.↩

  10. 10

    Van Langeraad schrijft zeer consequent De Bray in plaats van De Brès; zie a.w. p. 9. Van Langeraad was hervormd predikant te Nieuwveen 1883, Stolwijk 1887 en Lekkerkerk 1895.↩

  11. 11

    Blijkbaar gaat het hier om een uitlegging van de Catechismus, zoals later verschenen in opdracht van de synodale cie. ‘Kerk en Prediking’: nl. K.H. Miskotte De blijde wetenschap (Nijkerk 1947); O. Noordmans Het Koninkrijk der Hemelen (Nijkerk 1949); G. Oorthuys De Sacramenten (Nijkerk 1948); J. Koopmans De tien geboden (Nijkerk 1946); S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel Het Gebed (Nijkerk 1948).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 642. P. Scholten aan O. NoordmansLaren Gld. 1935-1945644. O. Noordmans aan P. Scholten →