686. W.H. van de Pol1 aan O. Noordmans
Nijmegen, 20 januari 1942
Zeer geachte Dr. Noordmans,
Het verheugt mij als antwoord op mijn brochure2 zulk een uitvoerig en belangstellend schrijven van u te hebben ontvangen en ik haast mij dan ook om u een en ander te vertellen omtrent mijn huidige levensstaat. Ik woon hier in de rectorswoning van het Piusconvict. Dit convict is een huis, waar priesters uit verschillende bisdommen samenwonen, die hier in Nijmegen aan de roomskatholieke universiteit studeren in het één of ander vak. Sommigen onder hen studeren theologie om later professor te kunnen worden aan een seminarie, anderen studeren oude talen e.d. om leraar in het betreffende vak te kunnen worden aan een kleinseminarie. Zelf ben ik hier om thuis te raken in een clericale omgeving. Ik volg aan de universiteit enkele colleges in thomistische filosofie en theologie en heb van verschillende professoren een privatissimum ter verkrijging van de kennis, die anderen op de priesterseminaria opdoen. Het is dus een kwestie van aanvulling vooral op het gebied van dogmatiek, moraaltheologie, kerkrecht en praktijk van het kerkelijk leven in het algemeen en filosofie. Deze aanvullende studiën zullen 3 jaar in beslag nemen, aan het eind waarvan de aartsbisschop3 op het getuigenis van de professoren, dat ik, bij ben, mij tot priester hoopt te wijden. De gewone priesteropleiding geschiedt aan een klein- en een groot-seminarie, een opleiding, die gezien mijn voorstudie en leeftijd voor mij ongeschikt was, zodat de aartsbisschop voor mij een aparte opleiding in elkaar heeft gezet onder toezicht van mgr. Hoogveld4 en opgedragen aan de professoren hier in Nijmegen. De priesterwijding is noodzakelijke voorwaarde tot het verkrijgen van een kerkelijke positie. Omgekeerd: heeft de bisschop eenmaal iemand tot priester gewijd, dan is hij verplicht om deze priester een of andere positie te geven in zijn bisdom (elk bisdom heeft een eigen klein- en groot-seminarie). De eerste en meest voor de hand liggende positie is die van kapelaan. De kapelaans worden na hun 40ste jaar pastoor. Maar er zijn ook tal van andere posities in een bisdom, die uitsluitend aan priesters worden gegeven: leraren aan seminaria, rectoren van ziekenhuizen, gestichten, kloosters, secretarissen van het bisdom, directeuren van katholieke actie, enz. Zo heeft de bisschop (ik behoor tot het aartsbisdom Utrecht, waar ook Laren in ligt!) een positie voor mij op het oog, die overeenkomst met mijn tot nu toe opgedane wetenschappelijke kennis en ervaring op kerkelijk gebied. Daartoe moet ik echter eerst tot priester gewijd zijn en voor de priesteropleiding ben ik dus hier in Nijmegen. In de Paasvacantie of grote vacantie hoop ik u eens te komen opzoeken. We kunnen dan nog eens over een en ander praten. De aartsbisschop zegt altijd: alles verbleekt bij het onvervalste Woord Gods in de Heilige Schrift. Hij heeft een voorwoord geschreven tot een geheel nieuwe geloofsleer; die van dr. Van der Meer Catechismus (Het Spectrum Utrecht f. 6,90).5 Ik wilde, dat u dit boek eens las. Ik weet zeker, dat het geheel onverwachte ‘geestelijke perspectieven’ opent. Het concreet aanwijsbare is dit slechts in het geloof; het ‘is’ moet niet als gelijkstelling of als identificatie, maar sacramenteel worden verstaan. Intussen, u Gods beste zegen toewensend op uw persoon en werk verblijf ik als steeds uw t.t. in Xo.,
W.H. van de Pol.
(AN)