688. J. Koopmans1 aan O. Noordmans
(Amsterdam), 4 maart 1942
Hooggeachte Dr. Noordmans,
Hartelijk dank voor uw toezending van het opstel over Aalders’ Handboek.2 Ik had het al gelezen, omdat ik op de Nieuwe Theologische Studiën geabonneerd ben. Mocht ik u dus een genoegen doen door het terug te zenden, zodat u het aan iemand anders kunt toesturen, laat u het dan gerust even weten. Of eventueel kunt u zelfs mij wel het adres opgeven, dan zal ik het zelf wel even doen. - U zult misschien ook al gehoord hebben, dat Van Oyen tot Aalders’ opvolger is benoemd.3 Ook De Vos4 maakte kans. Hij moest bij de Beauftragte in Leeuwarden5 komen kennis maken; maar hoewel het onderhoud heel prettig was, heeft natuurlijk zijn socialistisch verleden de zaak onmogelijk gemaakt.6 Van Oyen had de aanbeveling, dat hij een Duitse vrouw heeft. Gelukkig is dat niet zijn enige recommandatie. Het is een capabel theoloog en filosoof, met inderdaad ook iets van Aalders’ visie. Maar het is jammer voor Miskotte7 - want Van Oyen is evenmin als Vriezen8 een figuur, die later per se aan de dijk gezet zou moeten worden. Ons gaat het hier goed, al verlangen wij nog wel dikwijls naar het dorpse leven terug. Maar in de gemeente slaat het wel aan, en het is hier een werk in de voorhoede, zoals men het op een dorp niet heeft. Mijn boekje Wat zegt de Bijbel?9 is verboden. Ik moest daarvoor bij de Sicherheitspolizei in de Euterpestraat komen. Daar verweet men mij, dat ik de Bijbel liet zeggen wat mij goed uitkwam, alleen om maar tegen het nationaal-socialisme te kunnen schrijven. Voorts waren er enige passages, waartegen bezwaar was gerezen. Ik trof een keurig iemand, die mij ondervroeg, maar de eindbeslissing was niet bij hem. Amsterdam is namelijk maar een Aussenstelle, en het hoofdbureau in Den Haag beslist. Het is nu alweer bijna vier weken geleden, zodat ik hoop begin te krijgen dat het hiermee afloopt. Over de audiëntie bij dr. Seys Inquart hebt u vermoedelijk al het een en ander gehoord. Zij had al het onbevredigende, dat zich liet verwachten - maar prof. Aalders scheen zich toch nog enig effect te hebben voorgesteld.10 Wellicht is dat er toch in deze vorm (zoals de secretaris-generaal van Justitie, Schrieke11 tegen Gravemeijer12 gezegd heeft na de audiëntie), dat het optreden tegen de kerk in een langzamer tempo zal gaan. Ontvangt u samen met mevrouw onze hartelijke groeten, uw
J. Koopmans.
(AN)