Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld. 1935-1945

Weergave
Passages naar Readwise sturen

699. R. Dijkstra1 aan O. Noordmans

Amsterdam, 28 januari 1943

Zeer geachte collega Noordmans,

Als ik goed ben ingelicht viert gij 1 februari a.s. uw 40-jarig ambtsjubileum, dat ge a.s. zondag ongetwijfeld herdenken zult in het midden der gemeente. Een alleszins gedenkwaardige dag, die waard is herdacht te worden om de goedertierenheden des Heren te vermelden.2 Ik verheug mij er in, dat gij die dag moogt beleven en ook namens mijn vrouw wens ik u hartelijk geluk met het feit, dat gij zo lang voor kerk en theologie hebt mogen werken en nog in ongebroken kracht staat. Iemand heeft mij eens gezegd: Noordmans is als de Brandaris,3 die achter de hoge dijk zijn licht over de donkere zeeën van de tijd slaat, en ik verheug mij over dit beeld. Dezer dagen greep ik nog eens naar uw boekje: Augustinus,4 m.i. een parel onder al uw geschriften, die zal blijven schitteren tot lang na uw verscheiden. Gij wilt als Augustinus met het volk geloven, zonder ten slotte te capituleren voor het volksgeloof. Ook gij buigt met Augustinus voor drie machten: Jezus Christus, de Heilige Schrift en de Katholieke kerk: ‘de inrichting van de Goddelijke Voorzienigheid in den tijd.’5 Het komt mij voor dat gij zeer verwant zijt met de grote kerkvader en dat zijn zielsgeschiedenis de uwe is van de moderne tijd. Is ook de christelijke leerregel niet een schutting om uw wetenschappelijke tuin, steeds met steun en snoer, om de ranken van uw denken er aan vast te hechten? En heeft God u ook niet verlost van uw ‘soliloquia’6 door u veertig jaar te laten preken? Ik hoop dat ge ook in uw otium cum dignitate7 gelegenheid zult hebben en genegenheid de vragen van onze bittere tijd te belichten met het antwoord der Heilige Schrift. Wij maken een groter crisis door dan Augustinus bij de val van Rome, en het zal het christelijk denken zwaar vallen, om de plaats der kerk aan te wijzen in de chaotische tijd na de oorlog, en nog zwaarder om het Evangelie ongerept te bewaren temidden van de pseudo-evangelies die reeds nu opkomen tegenover het ‘totalitaire’ denken. Als we er doorheen komen, zullen we ook geestelijk zeer beroofd staan, maar de poorten der hel zullen Gods genade niet overweldigen. In deze zekerheid moogt gij zondag staan en dat belijden. Ik hoop, dat gij een heerlijke ure moogt hebben met al de uwen. Wil onze hartelijke gelukwensen ook overbrengen aan uw vrouw en kinderen, en ontvang zelf onze hartelijke groeten, God en de Heiland bevolen, uw toegenegen,

R. Dijkstra.

(AN)

Noten

  1. 1

    R. Dijkstra, zie brief nr. 674 (18.7.1941), n. 1.↩

  2. 2

    Zie: Jes. 63:7.↩

  3. 3

    De bekende vuurtoren van Terschelling.↩

  4. 4

    VW 3, 28-198.↩

  5. 5

    VW 3, 128v.↩

  6. 6

    Lat.: alleenspraken; titel van geschrift van Augustinus, zie VW 3, 56, 129v.↩

  7. 7

    Lat.: lett. rust met waardigheid; een eervolle rust na een welbesteed leven.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 698. O. Noordmans aan P. ScholtenLaren Gld. 1935-1945700. J.H.C. Kamsteeg aan O. Noordmans →