Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Laren (Gld.)
Weergave
Lettergrootte
Markeringen naar Readwise sturen

518. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Laren (G.), 6 october 1935

Amice,

Uw Geloof bij de gratie Gods1 heb ik indertijd wel ontvangen en ligt op ’t moment voor mij op tafel. Ik heb het na ontvangst met veel belangstelling gelezen. Vergeef mij dat ik verzuimde er op te attenderen. Het viel in een drukke tijd, schrijven werd even uitgesteld en uitstel werd afstel. Heb nu nog wel mijn hartelijke dank voor de toezending, zoals ik mij aanbevolen houd voor alles wat gij ter perse laat leggen. Dat mijn meditatie over Melchizedek2 meer immanent bleef in de gedachte der H. Schrift, ben ik met u eens. Maar daarvoor had ik dan nu ook met gelijkenissen te doen. Men staat er dan buiten en moet trachten er in te komen. Dat brengt zeker z’n gevaren mee. Misschien heeft men oren en hoort niet. Toch meen ik dat de zaaier als opstandige3 meer met het Evangelie te maken heeft dan de zaaier als idylle. Opzettelijke fenomenologie pleeg ik in zo’n geval niet. Ik meen dat men een methode niet te bewust moet toepassen. In de exegese niet en in de preek niet. Fenomenologie is voor mij een abstractie zoals de grammatica. Deze laatste wordt aan de beschaafde spreektaal ontleend. En zo komt er, meen ik, pas plaats voor de fenomenologie, als de actualiteit van het Woord haar beslag heeft gekregen. Wanneer men het Woord eerst stil heeft gezet, krijgt men het niet weer aan het lopen. Intussen geef ik graag toe dat men achteraf op foutieve wijze kan abstraheren, zoals men een verkeerde grammaticale regel kan afleiden uit een gesproken zinsnede. Maar dat men bij de gelijkenis terug verklaren moet uit Jezus’ eigen loop over het zaadveld der wereld, meen ik wel. En in die loop zie ik weer wel veel heilige opstandigheid tot het middelste kruiswoord en tot de opstandigheid der opstanding toe.4 Houd mij deze oratio pro domo5 ten goede. Zegen bij uw arbeid! Met vriendelijke groet, tt.

O. Noordmans.

P.S. Daar sluit ik al schrijvende in een niet te verontschuldigen absentie mijn brief af, terwijl ik toch van plan was u daarin geluk te wensen met de te Groningen ontvangen prijs6 voor de beste dissertatie in de laatste 10 jaren, die ge uit de handen van Aalders7 hebt ontvangen. Ik heb mij daarover hartelijk verheugd. Weer achterhaalde de gerechtigheid u bij uw arbeid op verblijdende wijze. Hartelijk gelukgewenst. N.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 513 (27.9.1935), n. 6.↩

  2. 2

    De meditatie over Melchizedek, zie: VW 8, 26-34.↩

  3. 3

    Zie brief nr. 513 (27.9.1935), n. 4.↩

  4. 4

    Dit standpunt komt sterk tot uiting in de meditatie ‘De zaaier’.↩

  5. 5

    Lat.: pleidooi in eigen belang.↩

  6. 6

    Miskotte ontving voor zijn proefschrift Het wezen der Joodsche religie de zogenaamde Mallinckrodt-prijs, die toegekend wordt aan de beste theologische dissertatie van de laatste tien jaar. De uitreiking van deze prijs vond 16 september 1935 plaats te Groningen door prof. Van der Leeuw, na afloop van diens Rectorale Oratie.↩

  7. 7

    W.J. Aalders, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 7.↩

← 517. J. Koopmans aan O. NoordmansLaren (Gld.)519. W.J. Aalders aan O. Noordmans →
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden