Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Laren (Gld.)
Weergave
Lezen
Lettergrootte

526. J.H. Gunning JHzn1 aan O. Noordmans

Amsterdam, 10 oktober 1935

Waarde en geëerde broeder,

Met grote vreugde las ik vanmorgen dat Groningen u doctoreerde, wat ik al vóór twaalf jaren tevergeefs aan de Utrechtse senaat heb gevraagd. Ik ben bij u vergeleken niets dan een armzalige dilettant, maar de kritiek der bewondering heb ik van mijn vader overgeërfd. Ik hoop, dat gij, evenals Miskotte en de jonge Hebraïcus Van Selms2 (voor wie Obbink3 echter zijn veel mindere zoon4 wel in de plaats zal schuiven) nog tot een academische leerstoel geroepen zult worden, maar zo niet, bene meritus in de Ecclesia. Ik verheug mij hartelijk in deze uw onderscheiding. Uw vriend,

J.H. Gunning JHzn.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H. Gunning JHzn., zie brief nr. 67 (sept./okt. 1891) n. 1.

  2. 2

    A. van Selms (1906-1984), herv. pred. o.a. te Culemborg 1935, hoogleraar Semitische talen aan de universiteit van Pretoria 1938.

  3. 3

    H.Th. Obbink, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 7.

  4. 4

    H.W. Obbink (1898-1979), herv. pred. o.a. te Utrecht 1932 - tevens privaatdocent RUU, hoogleraar 1939-1968.

← vorige525. J. van Dorp aan O. NoordmansLaren (Gld.)volgende →527. J. Koopmans aan O. Noordmans
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden
Bureau