Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Laren (Gld.)
Weergave
Lezen
Lettergrootte

583. O. Noordmans aan P.H.Th. Stevens1

Laren (G.), 22 juni 1937

Waarde Collega,

Mijn dank voor uw schrijven van 21 dezer. Ik had aan Beerens2 geschreven,3 omdat ik naschriften onder een artikel niet prettig vind. Ik dacht dat Beerens aan Brouwer gelegenheid had gegeven. Bij een maandschrift is er niets anders aan te doen dan dat men vier weken wacht met antwoorden. Dat is dan wel een trage discussie, maar de inconveniënten van een gelijk oversteken in ’t zelfde nummer zijn nog groter. - Uw bedoeling begrijp ik best en u behoeft geen ogenblik aan een ‘kwestie’ te denken en nog minder aan een invloed daarvan op onze verhouding. Dan zou er eerst heel wat meer onheil gebrouwen moeten worden. En voor het zover is, zal ik u wel waarschuwen. - In ’t juli/aug.-nummer zet ik m’n reeks voort.4 Want ik was nog niet klaar met mijn onderwerp. Met vriendelijke groet en de beste wensen voor uw gezondheid, uw dw.

O. Noordmans.

(AKO)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 397 (31.3.1931), n. 1.

  2. 2

    J.F. Beerens, zie brief nr. 312 (19.2.1920), n. 5.

  3. 3

    Zie brief nr. 582 (17.6.1937).

  4. 4

    ‘Kerkorde en beroep op de Heilige Schrift’ (3), KO 6 (juli/augustus 1937) nrs. 3 en 4.

← vorige582. O. Noordmans aan J.F. BeerensLaren (Gld.)volgende →584. W.J. Aalders aan O. Noordmans
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden
Bureau