Van collega Dijkstra2 hoor ik,dat u zondag jl.70 jaar geworden bent.3Hoewel enkele dagen te laat,wil ik toch niet helemaal achterblijven met mijn gelukwens.Van harte hoop ik,dat het u en de uwen wel moge gaan in de bittere tijd,die wij lijden moeten.Ik weet,dat het u in het bijzonder ook zwaar valt,dat u het ambt zult moeten neerleggen.Inderdaad is het ambt,en met name de preek,een van de zeer weinige dingen in onze tijd,waarin een mens zijn vermoeidheid te boven komen kan.Wij hebben niet zoveel meer van elkaar gemerkt,sinds ik de NCSV verliet4 en vanzelfsprekend minder mobiel werd.Het gaat ons hier goed,al klemmen de voedselproblemen nog wel iets meer dan op het land.Eigenlijk zou ik zo graag weer dorpsdominee geworden zijn- maar het mocht niet lukken.En nauwelijks was ik een jaar hier,of ik moest het wijkwerk weer tijdelijk loslaten.Van Bruggen,de vaste voorzitter van de kerkeraad,werd gegijzeld;5intussen was ik vast scriba geworden6 en moest toen invallen voor het centrale werk op het kerkeraadsbureau.Vooral inzake de Joodse kwestie is het een drukke bezigheid geweest.7Een enkele keer spreek ik Henk Bartels,8en hoor dan wel eens over u. Hij vertelde,dat u eens gezegd hebt,dat het nu geen tijd is om te theologiseren.Dat is wel waar!Maar het is toch wèl een tijd voor de theologie!Ontvangt u met mevrouw onze hartelijke groeten en beste wensen,uw
J. Koopmans.
(AN)
Noten
1
J. Koopmans, zie brief nr. 456 (22.5.1934), n. 16.
Door ON zelf verbeterd in: ‘moet zijn 40-jarig ambtsjubileum’.
4
In september 1940 verliet Koopmans de NCSV, waarvan hij sind 1938 bijbelstudiesecretaris was. De reden was dat de ‘ariërparagraaf’ van de Nürnberger Gesetze (1935), waardoor aan joden en andere ‘niet-ariërs’ alle burgerrechten werden ontzegd. Binnen de NCSV werden als gevolg hiervan maatregelen getroffen, waarmee Koopmans zich niet kon verenigen: ‘Iedere voorkeur van één mens boven een ander uit hoofde van zijn behoren tot eenbepaald ras of volk, is in strijd met de diepste gronden van het geloof in Jezus Christus, in wie God, de almachtige Schepper van hemel en aarde, zich aan alle mensen op deze wereld wil openbaren, en voor ieder mens volkomen gelijk staat’, zie G.W. Marchal, “Koopmans en de Joden” in Verkenning en Bezinning. Reeks geschriften over de verhouding van Kerk en het Joodse volk 20 1986), 7.
5
J.P. van Bruggen; zie brief nr. 456 (22.5.1934), n. 25. Van Bruggen werd in de zomer van 1942 gegijzeld door de Duitse bezetters.
6
Op 27.7.1941 deed Koopmans intrede in Amsterdam en reeds in september 1941 werd hij scriba van de Centrale Kerkeraad aldaar.
7
Op 20.8.1942 was onder auspiciën van de hervormde synode een ‘Adviesbureau ten bate van niet-arische christenen’ geopend. Koopmans had hiervan de leiding en was om die reden vrijgesteld van het wijkwerk. Het bureau bestond ongeveer een half jaar. In deze periode slaagde men er in naar schatting 1000-1500 mensen tenminste enige tijd van deportatie te vrijwaren.
Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.