Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

739. O. Noordmans aan P. Scholten1

Laren (G.), 6 mei 1945

Hooggeachte professor Scholten,

Sedert ik ’t laatst met u correspondeerde in juni 1944, naar aanleiding van het overlijden van mijn zoon, is er heel wat gebeurd. Een brief heeft weer kans door te komen en daarom wil ik u enig levensteken geven. Nederland is vrij. Oranje terug; laat mij beginnen u daarmee geluk te wensen. De nood is wel hoog gestegen, vooral in de grote steden. Ontzettend is wat daarover bekend werd. Wat zal nu de toekomst zijn. De taak der wederopbouw is overweldigend; wat moet er van ons werelddeel en daarmee van ons land worden? Ook Laren heeft z’n deel gehad. De pastorie is een puinhoop; de kerk dakloos en zonder toren. Het dorp een halve ruïne door driedaags granaatvuur. Dertig boerderijen gingen in vlammen op. Persoonlijk kwam ik in groot levensgevaar; begin maart door een ontploffing in mijn onmiddellijke nabijheid, die twee doden eiste. Op zaterdag voor Pasen door een salvo uit een vliegtuig dwars door onze slaapkamer, samen met m’n vrouw. In de Paasweek schuilden wij drie dagen voor het granaatvuur in een kelder. Er vielen gelukkig bij deze laatste gelegenheid slechts twee doden onder de burgers. Onze inboedel ligt verstrooid en gaat goeddeels verloren. Wij moeten sedert 4 november telkens verhuizen, thans voor de derde maal. Wij hebben nauwelijks pied à terre. Er is grote woningnood. Onze gehuwde dochter kreeg 3 oktober, na wat zij te Putten2 meegemaakt had, een zenuwschok. Zij werd beweging- en sprakeloos. Op 24 maart toen wij voor ’t laatst bericht ontvingen, was zij goed op weg naar algemeen herstel. Van mijn ondergedoken zoon hoorden wij nog niets. Van beiden hopen wij deze week iets te zullen horen. Wij hadden een moeilijke winter door isolement en beperkte woningtoestand. Die laatste wordt nog steeds erger. Wij hopen dat de opheffing van het isolement ons zal tegemoet komen. Onder de bestaande omstandigheden is het nauwelijks mogelijk aan de eerste leveneisen te voldoen. Alleen de voedselnood was hier niet nijpend. Mijn bibliotheek ligt ergens op zolders en werd geteisterd door granaatvuur. Zal ik ooit nog weer een studeerkamer hebben en boeken kunnen raadplegen? God weet het. Mijn vrouw en ik slaan ons er door, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Wij zien de toekomst onder getemperd licht. Zie hier een droog relaas van onze fata. Hoe ging het u op Hulshorst? En uw verdere familie? Moge God onze zorgen beschamen. Met hartelijke groeten ook aan Mevrouw, Uw. dw.,

O. Noordmans

(APS)

Noten

  1. 1

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  2. 2

    Er vond een razzia te Putten plaats op zondag en maandag 1/2 oktober 1944. Zie: M. de Keizer, Putten. De razzia en de herinnering (Amsterdam 1998).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lunteren 1945-1955Lunteren 1945-1955740. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →