Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

774. W.F. Zuurdeeg1 aan O. Noordmans

Utrecht, 19 december 1946

Zeer geachte dr. Noordmans,

graag wil ik even toelichten waarom ik U mij dissertatie2 toezond, hoewel ik U persoonlijk niet ken. Bij het lezen van Uw Geestelijke Perspectieven, ’t opstel over Barth, werd ik getroffen door de grote overeenkomst tussen Barth en De Bussy.3 Vandaar mijn stelling over deze beide theologen.4 De overeenkomst gaat m.i. nog verder. Al in 1889 schreef De Bussy een art[ikel] over De Ontwikkelingsgang der Moderne Richting,5 waarin hij een zeer scherpe critiek op het z.g. idealistisch geloof levert. Ik kom zelf geheel uit de humanistische hoek, maar ben langzamerhand er toe gekomen om, waar het geloofsvragen betreft, in alle idealisme en humanisme een gevaar te zien. Mijn dissertatie gaat over de neo-positivisten. die m.i. overtuigend aantonen, dat op het terrein van kennistheorie en ethiek het idealisme onhoudbaar is. Voor zover in de godsdienstwijsbegeerte aansluiting bij de kennistheorie moet worden gezocht, moeten wij m.i. meer naar Hume6 dan naar Kant7 kijken. Natuurlijk zijn er ook wel bezwaren tegen het empirisme. Tot mijn eigen verbazing vind ik mij, na deze studie, rechts van Heering,8 De Vos,9 Van der Leeuw,10 en op vele punten bij uw theologie en bij Barth in de buurt.

Met beleefde groeten,

W.F. Zuurdeeg.

(AN)

Noten

  1. 1

    W.F. Zuurdeeg (1906-1963), rem. pred. o.a. Groningen 1934, Boskoop 1939, Eindhoven 1944, hoogleraar godsdienstwijsbegeerte McCormick Theological Seminary, Chicago USA; zie over hem H.G. Hubbeling, “Analytische Filosofie en godsdienstwijsbegeerte. Het werk van prof. dr. W.F. Zuurdeeg” in NTT 20 (1965/66), 171-191.↩

  2. 2

    W.F. Zuurdeeg, A Research for the consequences of the Vienna Circle philosophy for Ethics (diss. UVA 1946) (Utrecht 1946).↩

  3. 3

    I.J. le Cosquino de Bussy (1848-1920), hoogleraar wijsbegeerte van den godsdienst en zedekunde UVS 1892-1916, tevens hoogleraar aan Doopsgezind seminarie.↩

  4. 4

    Stelling VII: ‘In de theorie over de divinatorische und dichtende Geschichtssage kent K. Barth (blijkens termen als Divination, erraten, Schau, Fantasie) te groote beteekenis aan de werkzaamheid van den menschelijken geest in geloofszaken toe (K. Barth, Die kirchl. Dogmatik, dritter B., Die Lehre von der Schöpfung, erster T. blz. 90 v.v.).’

    Stelling VII: ‘Noordmans’ kenschetsing van de Zwitsersche theologie als theologie van het oordeel, tegenover een andere theologische denkwijze, die philosophie van het leven moet heeten, wijst op een verwantschap tusschen de Zwitsersche theologie en die van I.J. de Bussy. (O. Noordmans, Geestelijke Perspectieven 1930, blz. 66).’↩

  5. 5

    I.J. de Bussy, “De Ontwikkelingsgang van de moderne Richting” in De Gids (1889), dl. IV, 93vv.↩

  6. 6

    David Hume (1711-1776), Engels wijsgeer.↩

  7. 7

    Immanuel Kant (1724-1804), Duits wijsgeer.↩

  8. 8

    G.J. Heering (1879-1955), remonstrants predikant te Oude Wetering 1904, Dordrecht 1907, Arnhem 1913, hoogleraar rem. seminarium RUU 1917-1949 em.↩

  9. 9

    H. de Vos, zie brief nr. 537 (16.10.1935), n. 1.↩

  10. 10

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 773. O. Noordmans aan mr. F.L.S.F. Baron van Tuyll van SerooskerkenLunteren 1945-1955775. O. Noordmans aan G. Brom →