802. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Leiden, 3 december 1947
Zeer vereerde Noordmans,
U hebt misschien mijn artikel over het priesterlijke in de prediking1 gelezen. Het was volgens velen to the point. Al was ik zelf geremd, om te zeggen, wat hier nog moest volgen. Maar reeds nu kwam het zacht verwijt, dat In de Waagschaal zelf al meer in gebreke blijft, juist in dit opzicht. De meditatie is verdrongen; de bijbelbeschouwingen van Kroon2 zijn opgehouden; zijn laatste kalenderblaadjes hebben iets ijverig-exegetisch, ze zijn helder maar nogal kil. De redactie wil trachten dit element, dat vroeger toch geenszins ontbrak, op een verhoogde toon of in een diepere zetting te vernieuwen; zij heeft mij opgedragen u te vragen of u ons radicaal helpen wilt. U kùnt het! het ligt u! en u bent ons en ‘ons volkje’ goed gezind. Er zijn vele predikanten onder, die het ook zéér nodig hebben. Ons voorstel is dat u gedurende drie maanden elke week (of om de veertien dagen) een kleine overdenking zoudt willen schrijven - van circa 1⚑_ (= anderhalve) kolom 750 woorden / of minder strak en afstotend gezegd tussen de 500 en 1000 woorden. U zou met deze dienst ons en velen uitermate blij maken. Met hartelijke groeten namens alle redactieleden, uw dw.,
K.H. Miskotte.
(AN)