860. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Lunteren, 16 november 1949
Waarde Miskotte,
Je verzoek om iets te zeggen over de Friese taal- en volksbeweging heb ik in mij om laten gaan en ik ben tot de conclusie gekomen, dat ik beter doe om mij buiten die kwesties te houden. Een halve eeuw lang en nog langer heb ik die beweging practisch langs mij heen laten gaan. Natuurlijk heb ik die dingen wel met aandacht en belangstelling gevolgd. Ik heb er wel eens met Dr. Wumkes over gecorrespondeerd.1 Ik heb zelfs eenmaal in de Grote Kerk te Sneek op een ‘Friezendei’ een voordracht gehouden.2 Maar dat is dan ook alles. Daarom acht ik het eigenlijk niet op mijn weg liggen om nu, op een critiek moment, mij in deze discussie te mengen. - Ik kan ook niet goed bezien, waar dat heen moet. Vlaanderen is 1/2 België. Maar Friesland is 1/11 Nederland. De verhoudingen liggen heel anders. Ik zou het betreuren, als het Fries een dode taal zou moeten worden. Er liggen prachtige accenten in die taal. Maar eveneens zou ik het meer dan jammer vinden, als deze kleine volksstam afgesnoerd zou raken van een bredere kerkelijke en culturele catholiciteit. Kunt gij Dijkstra,3 uit Putten, niet vragen er iets over te schrijven? Hij heeft er meer aan meegewerkt dan ik, ziet toch ook de bezwaren en gevaren. De bundel ‘essays’4 waar je naar vroeg, kan elke dag verschijnen. Het stuk van Koelen5 sluit ik hierbij weer in. Met hartelijke groeten, Uw
O. Noordmans.
(AHKM)