896. G.C. van Heemstra1 aan O. Noordmans
Den Haag, 8 april 1951
Zeer geachte ds. Noordmans,
Als lid van uw ‘Waagschaal-Gemeente’ wil ook ik u schrijven. Al ken ik u niet, toch leefde ik zeer mee met uw ernstige ziekte, en verblijdde mij zeer over uw terugkeer tot ons! - Ik heb heel slechte ogen, maar doe toch al jaren veel huisbezoek enz. in onze Hervormde Kerk , eerst in Amsterdam in de wijk van ds. Gravemeijer,2 met zijn zeer bijzondere moeilijkheden, later, na werk onder de politieke delinquenten, hier bij ds. Bronkhorst.3 Ik spel In de Waagschaal en heb veel aan uw geestelijke stukken, al vind ik ze soms moeilijk. Naar aanleiding van uw stuk over de gebrekkigen4 van enige weken geleden, zend ik u dit vers,5 dat ik eens met grote blijdschap maakte, toen ik in het Oude Testament las, dat alleen lichamelijk geheel validen in Gods Huis mochten dienen. Heb ik goed begrepen, dat Lazarus alleen in de eeuwige Heerlijkheid kwam, omdat hij op aarde ziek en ellendig was?6 Het verwonderde mij, dit te lezen. Van hárte wens ik u veel zegen toe op uw ‘Waagschaal-arbeid’, en op mogelijk ander werk, dat u nog moogt doen voor ons volk en onze kerk! Met de meeste hoogachting en vriendelijke ‘Waagschaal-groet’ noem ik mij uw dienstwillige,
G.C. van Heemstra.
(AN)