Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

920. O. Noordmans aan R. Dijkstra1

Lunteren, januari 1953

...2 Wij waren zeer door dit plotseling overlijden aangegrepen, zo boven verwachting als door een wonder was ze onlangs als door de dood weer tot het leven teruggekeerd en je teruggegeven, en nu plotseling het omgekeerde. We weten het allen wel, dat bij het klimmen van de jaren, het leven nog onzekerder wordt dan het was, maar ons hart doet niet mee aan zulke berekeningen en weigert aan de mogelijkheid van scheiden te geloven. En het hart heeft gelijk. Vanmorgen in mijn bed, las ik in ’t boek van Helmut Gollwitzer,3 hoe de schrijver er met iemand, die de dood of slavernij tegemoet ging, over sprak, hoe klein de kring dergenen voor wie wij werkelijk van gewicht zijn eigenlijk wel is. Luitenant Hans had alleen zijn moeder, Helmut noemt nog een tweede, n.l. God, maar Hans kan dat niet geloven. Helmut zegt: laten we eerst zien, wat het zou betekenen als het waar was, en dan laat hij door een paar vragen Hans zelf uitbrengen, dat het zou betekenen dat we ook voor God van betekenis of gewicht zijn. Dat is een heerlijke waarheid, vol troost voor het verslagen gemoed. God blijft zich om je bekommeren, al kan je vrouw op aarde het niet langer doen, nog evenzeer blijft er een oog op je letten en een hand voor je zorgen en een hart je liefhebben. Ook wij verliezen uit de kring onzer vrienden een figuur van betekenis, je vrouw had sommige eigenschappen, die men niet altijd aantreft en ze zei en deed soms dingen, die men niet vergeet...

O. Noordmans

(ADijkstra)

Noten

  1. 1

    R. Dijkstra, zie de brief nr. 674 (18.7.1941), n. 1.↩

  2. 2

    Dit fragment werd eerder gepubliceerd in IdW (21.4.1956).↩

  3. 3

    Helmut Gollwitzer Und führen, wohin du nicht willst. Bericht einer Gefangenschaft (München 1951): ‘Junger Hans, Leutnant der Kosaken-Division, weisst du noch unser Gespräch 1948 im Holzberg? Du hattest die Auslieferung nach Jugoslawien vor dir. Was stand dir bevor? Zerbrochen-werden dieses armen, strahlenden jungen Lebens. Wen rührte es? Wer nahm’s zur Kenntnis? Du fragtest so; denn das Weltall drehte sich gleichmütig weiter, ob dir nun die Jugoslawen den Schädel einschlagen oder dich bei Sklavenarbeit langsam eingehn lassen, - und die Tränen deiner schwäbischen Mutter wirdt die Erde des Grabes eines Tages trocknen, und das Weltall dreht sich gleichmütig weiter.’ ‘Gott nimmt es zur Kenntnis.’ ‘Ich kann es nicht glauben. Er ist zu gross dafür. Er kümmert sich nicht um den Einzelnen.’ ‘Frag doch nicht, ob er es tut! Frag erst einmal, was es bedeuten würde, wenn er’s täte!’ ‘Es würde bedeuten, dass es ausser mir und meiner Mutter noch jemanden gibt, der sich um mich kümmert.’ ‘Was heisst das: sich kümmern?’ ‘Nun, dass er sich Kummer macht um mich wie meine Mutter jetzt, - aber Gott braucht sich doch keinen Kummer machen; das ist doch menschliches Gerede.’ ‘Bleib bei der Sache, es muss uns doch klar werden! Warum macht sich deine Mutter Kummer um dich?’ ‘Weil sie mich liebt, weil ich ihr wichtig bin.’ ‘Hans, Blinder, schönste und einfachste Definition der Liebe, die du da so fallen lässt: Wer mich liebt, dem bin ich so wichtig, wie er sich selbst und wie ich mir selbst wichtig bin.’ ‘Ja, das macht einen ja oft so verzweifelt in unserer Lage, dass man das Gefühl hat: wichtig bist du nur dir selbst und allenfalls deiner Mutter - oder ein anderer seiner Frau; dann ist’s aber schon aus, - und für alle anderen und für alles andere bist du in Grunde sehr unwichtig.’ ‘Hier ist die genaue Entscheidung zwischen Verzweiflung und Sinn: Gottes Liebe ist der Sinn deines Lebens, auch im jugoslawischen KZ nicht zu zerstören. Sie heisst genau das: Ich bin Gott so wichtig, wie ich mir selbst wichtig bin und wie er selbst sich wichtig ist. Male dir ein Kreuz an deine Pritsche und sag dir den Satz dabei vor, sag ihn dir jedesmal, wenn du hinschaust, dreimal vor! Und hol’ dir heute abend meine Bibel, lies drin und setz diesen Satz überall ein, wo von der Liebe Gottes die Rede ist. Dann verstehst du, was Evangelium heisst und dass das eine Freude ist, die die Welt überwunden hat.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 919. W.A. Hoek aan O. NoordmansLunteren 1945-1955921. R. Dijkstra aan O. Noordmans →