Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren 1945-1955

Weergave
Passages naar Readwise sturen

947. R. Dijkstra1 aan O. Noordmans

Putten, 7 juli 1954

Amice fraterque,

Mijn hartelijke dank voor je documentaire brief. Ik heb mij er telkens in verdiept en kon mij geheel vinden in je diagnose van het geval Taco. Inderdaad het is geen litterair kunstwerk, ook niet zo bedoeld, het is een document humain dat gij als zodanig zeer goed hebt aangevoeld. ’k Heb wel overwogen ‘Memorabilia’ te schrijven maar daar zag ik tegenop vooral omdat het ook ‘Confessiones’ dreigden te worden, en ik kan er inkomen dat Barth van Augustinus’ Confessiones schreef, ‘die schreckliche Confessiones’. Nu is het zo: ‘’k ben Taco en ik ben het niet’ dat leek mij het veiligst en zoals je schrijft: deze vorm is voor ’t volk het aangenaamst, en ik wou graag ook ‘de gewone man’ bereiken. Dat lijkt me ook wel gelukt. De eerste recensie die mij bereikte was die van ‘De vriend van Oud en Jong’, een stichtelijk blad in de 72ste jaargang. De recensent, een zekere M. is zeer enthousiast en beveelt het zo zijn kring vurig aan: hij vindt het echte, gezonde volkslectuur, boeiend en fris. Literaire kritiek heeft hij niet, ’t gaat over de inhoud. Typisch, dat hij in tegenstelling met jou met vaderfiguur treffend acht weergegeven. Ik vermoed, dat hij het ‘quietisme’ wel mag. Inderdaad, ik laat het Fries milieu voor wat het is, innerlijk heb ik mij in veel opzichten er van los gemaakt. Het Friese leven staat er inderdaad op eigen sap te gisten. Ja. Wassenaar is niet in de lijn, ik heb toegegeven aan een soort luim, om een freule van Wassenaar te eren en te gedenken, waarmee mijn vrouw en ik zeer veel hebben doorgemaakt en met wie we zeer hecht verbonden waren. Ze zit nu getrouwd in Indië en ’k weet niet of het boek haar bereiken zal maar dit is even tussen ons. Overigens bewonder ik de wijze waarop je onze levensgang karakteriseert. Quietisme was ’t eigenlijk niet, er is wel hard gewerkt en wij kinderen zijn er allen bovenuit gekomen door harde arbeid maar met de stelregel: help uzelf, zo helpt u God. Dat komt in ’t volgend deel als ik tijd en kracht ervoor ontvang.2 Kostelijk vond ik ook je typering van Potgieter, en van de school en de kerk. Ik las je brief voor (gedeeltelijk) aan een leraar van ’n kweekschool, hij zei: ik wou dat ik zó kon lezen als deze man. Hij was na je vertrek uit Idsegahuizum hoofd der christelijke school aldaar gedurende enige jaren. Ik ben blij, dat ik weer eens in Lunteren kan komen, en hoop spoedig weer eens te verschijnen. Je energie op bed en frisheid van geest boeien mij altijd. God geve je dat tot aan ’t einde. Het schrift was duidelijk beter dan ’t mijne. Met hartelijke groeten ook aan je vrouw, tt.,

R. Dijkstra

(AN)

Noten

  1. 1

    R. Dijkstra, zie brief nr. 674 (18.7.1941), n. 1.↩

  2. 2

    Dit deel is nooit verschenen.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 946. O. Noordmans aan R.C.G. TroelstraLunteren 1945-1955948. O. Noordmans aan A. Szekeres →