950. O. Noordmans aan R.C.G. Troelstra1
Lunteren, 31 juli 1954
Waarde collega Troelstra,
Hartelijk dank voor uw schrijven op mijn verjaardag.2 ’t Trof juist zo, dat ik op 17 juli, de dag voor mijn verjaardag, een artikeltje had in Het Orgaan van de Bond van Nederlandse predikanten, onder de titel ‘Oudendag’.3 Gij zult het niet onder ogen gekregen hebben, want ik zie in Van Alphen,4 dat gij geen lid van de Bond zijt. Hoe gaat het u in deze koude zomer, waarin in de maand juli geen enkele zomerse dag (25 graden celsius) is voorgekomen? Dit is een droevig record. Mijn gezondheid blijft ongeveer stabiel. Ik zag u in lange tijd niet, doordat de ‘proeven’ uitblijven. Vermoedelijk zal dat samenhangen met de tijd van ’t jaar. Een of ander rad van het betreffende uurwerk zal telkens met vacantie zijn. Komt het u gelegen, ook zo, op een maandagmorgen mij te komen opzoeken? Wil het mij dan s.v.p. even laten weten. ’s Namiddags b.v. omstreeks 4 uur, gaat ook heel goed, wat mij betreft. Er is de laatste tijd, politiek en kerkelijk, nog al wat te doen geweest. Het Mandement,5 de Processie,6 de vrouw in het ambt.7 Internationaal: Genève,8 Suez-kanaal,9 Amerika en China10 en kerkelijk: Leipzig11 en straks Evanston.12 Wij beleven wel geweldige tijden. Het is niet alleen de natuurwetenschap, die de mensheid als ’t ware van buiten bedreigt. De historie doet ook even hard mee. Het genus humanum13⚑ betekent niet een stabiel element: een zeker animal, dat toevallig ook ‘rationale’14⚑ geworden is en daardoor een vaste humanitas15⚑ heeft verworven, die niet anders dan weldadig kan werken. Het lijkt steeds meer een nationalitas,16⚑ die voor het animal, dat er de drager van is, funest kan worden. Het is een kokende pot, onder grote spanning; met tegenstellingen, die steeds weer gevaarlijke situaties scheppen. Er is heden ten dage geen begrip dat zich zo kritisch laat denken als dat van de ‘mens’. Historisch-wetenschappelijk is niet God in de Waagschaal, maar de mens. Is dat eigenlijk wel een post-christelijke toestand, zoals men het tegenwoordig noemt? Met hartelijke groeten,
O. Noordmans.
(Origineel bij ds. Troelstra)