962. UM Holland aan O. Noordmans
Amsterdam 9 februari 1955
Zeer geachte dominee Noordmans,
Wij hebben vanmorgen uitvoerig over uw brief gesproken en stellen u nu het volgende voor: we laten de inhoudsopgave intact (deze is al eens in haar geheel overgezet) en nemen vóór de 1nhoudsopgave een lijst van tektsen op, gerangschikt naar de orde van de bijbel. Daarmee zou het laatste vel van 12 pag. op 16 pag. gebracht worden en zou de laatste pagina van de inhoud niet onmiddellijk tegen het schutblad komen. Dat is dan natuurlijk voor onze rekening. In ieder geval wordt de bruikbaarheid van het boek als Postille er enigszins door verhoogd, al menen wij niet dat de verkoopbaarheid er aanzienlijk door zal toenemen. Wat u schrijft over de maat van uw honorarium is volkomen juist. Maar de maat van onze verdienste zal waarschijnlijk nog niet eens navenant zijn. Een boek als Gestalte en Geest kan in de huidige omstandigheden eigenlijk niet meer verschijnen. Alleen de overweging dat wij een theologisch zeer belangrijke tekst in handen hadden en de grote waardering voor u en uw werk hebben ons de moed gegeven, om de uitgave tòch ter hand te nemen. In ieder geval zijn wij voorlopig nog niet met onze winst aan de hoogte van uw honorarium toe. En we betwijfelen zeer, of we daar ooit aan toe zullen komen. Overigens beklagen we ons daarover niet. Deze regels dienden alleen om u, misschien ten overvloede, duidelijk te maken, dat de uitgave van boeken als het uwe tegenwoordig meer onder het hoofd ‘liefdewerk’ dan onder dat van ‘zaken-doen’ valt. We sluiten hierbij in de proef van de flap. Overigens gaven wij u die al maanden geleden ter inzage en stuurde u ons haar van uw opmerkingen voorzien terug. Graag zien wij spoedig het gecorrigeerde laatste vel van u tegemoet. Met vriendelijke groet, hoogachtend,
UM Holland.
(AN)