Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

827. G. Vixseboxse1 aan O. Noordmans

Almelo, 26 april 1948

Zeer geachte dr. Noordmans,

Hartelijk dank voor uw schrijven. Ik was blij eens weer wat van u te mogen horen. Ik hoop zeer dat u spoedig weer geheel hersteld moogt zijn. Gelukkig dat u uw geestelijke arbeid nog ten volle kunt verrichten. Inmiddels heb ik uw artikel in het weekblad2 gelezen, ik behoef wel niet te zeggen: met groot interesse. Ik acht het van groot belang dat de ouderling-kerkvoogd nu van zo gezaghebbende zijde op wetenschappelijk-historische gronden verdedigd is. Bij de toelichting op de kerkorde is dat in onze kringen van grote waarde, maar het schijnt mij toe dat ook bij de predikanten menigeen zijn voordeel daarmee kan doen. Wij zijn in de kring van kerkvoogdijen al druk bezig met de voorlichting. In de grote vergadering in Utrecht, waar 6 à 700 kerkvoogden waren en dr. Gravemeijer3 en dr. Wagenaar4 spraken, was nog al wat critiek maar veel daarvan berust op onjuist inzicht. Woensdag l.l. heb ik in Gouda gesproken op een gemeente-avond. A.s. zaterdag voor de provinciale afdeling Noord-Brabant en de week daarop voor de afdeling Friesland. Ik kom steeds meer tot de overtuiging dat met de figuur ouderling-kerkvoogd ook op redelijke gronden de juiste keuze is gedaan. Het gaat in de kerk uiteindelijk om geestelijke dingen. Maar de kerk staat met haar arbeid in de seculaire maatschappij en zij kan geen arbeid verrichten zonder, dat zij zich daarbij bedient van de middelen dier maatschappij en wel speciaal van het geld. Iedere geestelijke zaak heeft haar stoffelijk complement. De mannen die naast de predikanten met de verzorging der geestelijke belangen belast zijn, de ouderlingen, kunnen hun taak niet volbrengen zonder dat de stoffelijke kant van die belangen verzorgd wordt. Daarom vullen de ouderlingen en ouderlingen-kerkvoogd elkaar aan en hun werk kan het beste volbracht worden als zij tesamen in één orgaan, de kerkeraad, zitten. De diakenen hebben een speciale taak, de dienst der barmhartigheid, wat daarbuiten ligt, is voor rekening van ouderlingen en ouderlingen-kerkvoogd. Ik hoop dat het u verder bij voortduring goed mag gaan en dat ik u spoedig eens weer mag ontmoeten. Met hartelijke groeten en de meeste hoogachting, uw,

G. Vixseboxse.

(AN)

Noten

  1. 1

    Mr. G. Vixseboxse (1884-1963), jurist en directeur textielfabriek, alsmede lid van de Eerste Kamer der Staten-generaal, evenals Noordmans lid van de commissie voor de werkorde die in 25.7.1945 door de synode werd ingesteld; zie W. Balke/H. Oostenbrink-Evers De Commissie voor de Kerkorde (1945-1950) (Zoetermeer 1993).↩

  2. 2

    ‘Regeer en beheer’, zie VW 5, 570-579.↩

  3. 3

    K.H.E. Gravemeijer, zie brief nr. 688 (4.3.1942), n. 12 en nr. 744 (29.6.1945), n. 7.↩

  4. 4

    H.M.J. Wagenaar (geb. 1901), zie brief nr. 679 (25.9.1941), n. 6.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 826. A.A. van Ruler aan O. NoordmansLunteren828. K. H. Miskotte aan O. Noordmans →