927. R. Boeke1 aan O. Noordmans
Hogebeintum, 9 februari 1953
Zeer geachte collega Noordmans,
Op de 920ste vergadering van het Fries Godgeleerd Gezelschap,2 die j.l. vrijdag te Leeuwarden gehouden werd, is gememoreerd, hoe u deze maand het bijzonder feit beleeft, dat u een halve eeuw ambtsdrager bent. Theoloog zijt gij al sedert de 19de eeuw, waarover ge bij gelegenheid van het Eeuwfeest van ons Gezelschap zulk een karakteristieke verhandeling3 hieldt. Mij is opgedragen, u met dit zeldzaam jubileum onze gelukwensen over te brengen. Het Fries Godgeleerd Gezelschap, dat zo menige bekende theoloog mede heeft mogen vormen, verheugt er zich over, ook u onder zijn zeer geëerde oud-leden te mogen tellen. In de Naamlijst der leden vind ik uw naam bij nr. 172. Gij waart toen in Suameer en negen jaren, van 1 mei 1914 tot 2 maart 1923, heeft het Gezelschap van uw gaven en uw raak oordeel kennis mogen nemen. Thans zijt gij al in het tiende jaar van uw emeritaat, maar nog steeds wordt uw naam in Friesland en Nederland met respect genoemd. Het Fries Godgeleerd Genootschap is juist in de laatste vergadering weer voltallig tot 25 leden aangevuld. Onder de leiding van praeses A. Faber4 hebben wij ook de laatste jaren steeds belangwekkende en vruchtbare besprekingen. U voor de komende tijd nog menige goede herinnering en voortdurende geestelijke helderheid toewensend, verblijf ik, hoogachtend,
R. Boeke, secretaris.
(AN)