929. O. Noordmans aan J.M. Hasselaar1
Lunteren, 5 juni 1953
Zeer geachte Hasselaar,
Naar aanleiding van Uw promotie op 3 juni 1953, kom ik U hierbij hartelijk gelukwensen. Tot mijn spijt kan ik met deze kaart niet geheel op tijd zijn, wegens ongesteldheid. Ik hoop Uw studie,2 die mij zeer belangrijk voorkomt, te kunnen bestuderen. Voor de wijze waarop U mij, naast Uw academische leermeesters, hebt willen toespreken in Uw voorwoord, ben ik U zeer dankbaar. Het is mij een vreugde, dat door mijn geschriften, zonder dat ik het wist, aanleiding werd gegeven tot het neerschrijven van deze woorden.3 Moge Uw dissertatie gevolgd worden door menige andere publicatie. Mocht U gelegenheid hebben mij in de toekomst te bezoeken, dan zou ik U graag eens hier zien. Hoogachtend,
O. Noordmans
(AN)