Johannes 6
alle verwijzingenalleen opschriften zoek in deze stukken
17 verwijzingen
6 · Herschepping · deel 2, p. 289
… alles op zich aanlopen (Jes. 53). Zijn belijdenis voor Kajafas is zijn eigen doodvonnis. Het hemelse brood (Joh. 6), de goede herder (Joh. 10), dat is Hij zelf. Zo is Hij ook de zoon uit de gelijkenis van de boze landlieden en de bruidegom uit …
6 · De passie · Gods Poorten · deel 8, p. 132
… het zijn doop en wijding ontvangt. Dat er een wedergeboorte is (Joh. 3); dat Jezus het hemelse Brood is (Joh. 6); dat Hij de Goede herder is (Joh. 10); de Ware wijnstok (Joh. 15), het wordt alles waar en klaar in zijn sterven.
6 : 11 · Johannes 6 : 11a · Idsegahuizen-Piaam (1903-1910) · deel 7, p. 55opschrift
6 : 15 · 70. Militia Christi · deel 5, p. 529
… opstanding op de Olijfberg. Hij verwees dan naar de Vader en de Geest en trad zelf terug (Mt. 4 : 8-1 0; Joh. 6 : 15; Hand. 1 : 6 v.). Wanneer de kerk, als het orgaan en instrument van Jezus de Heer, direct op de wereld betrokken, en daartoe …
6 : 15 · Johannes 6 : 11a · Idsegahuizen-Piaam (1903-1910) · deel 7, p. 57
… 't vee; 't brood uit zijn hand ontvangen; en verder niet naar hen omzien. Nog. Men wilde Jezus koning maken (Joh. 6 : 15). Hij moest ontwijken. Geen brood-Christus, geen brood-God, geen werelds rijk. Onze harten moeten met Christus opklimmen, tot de …
6 : 32 · Psalm 23 : 4 en 5 · Laren (1923 vv.) · deel 7, p. 215
God geeft ons het hemelse brood, Jezus Christus (vgl. Joh. 6 : 32 v.). Zijn verbroken lichaam en vergoten bloed. Hij is de goede Herder zelf, die zijn leven zet voor de schapen (Joh. 10 : 11). In …
6 : 37 · 73. Ouders aan Oepke · 2. Leiden · deel 9Aeindnoot 5
Joh. 6:37.
6 : 38 · Jesaja 55 : 10 en 11 · Laren (1923 vv.) · deel 7, p. 244
… denken aan Jezus Christus. In den beginne was het Woord (Joh. 1 : 1). Hij is van de hemel neergedaald (Joh. 6: 38). Hij zal ons geen wezen laten (Joh. 14 : 18). Met z'n Geest blijft Hij altijd bij ons. Hij komt om te blijven. Hij gaat niet …
6 : 63 · Het Koninkrijk der hemelen · deel 2, p. 495
… ongerepte menselijke natuur van Adam en Eva in het paradijs, maar het is het vlees dat "tot niets nut" is (Joh. 6 : 63) en waarmee men de wet der zonde dient (Rom. 7 : 26). Het materiaal, waaruit de tweede Adam zich tot een levendmakende geest …
6 : 66 · De zaaier · Gods Poorten · deel 8, p. 114
… een ander deel viel op de doornen. Daaronder kunnen wij verstaan de afval van velen van Jezus' discipelen (Joh. 6 : 66), zodat er slechts twaalf overbleven. En ook van deze twaalf zeide de Heer, dat zij in de nacht van zijn gevangenneming aan Hem …
6 : 67 · Intreepreek Idsegahuizen · deel 1, p. 20
… aan het gesprek van Jezus met zijn discipelen, toen hij hun vroeg: 'Wilt gij lieden ook niet weggaan?' (Joh. 6 : 67). De Heiland had hen gekend, de menigte mensen, de grote scharen die eerst met vreugde zijn woord hadden ontvangen, maar zich van …
6 : 68 · Dogmatische zekerheid · deel 1, p. 68
… op één lijn met die andere: 'Here, tot Wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens' (Joh. 6 : 68). Dat laatste is zuiver een bewustzijnstoestand. Het zegt ingewikkeld het eerste. Maar in het eerste is de metafysische hoogte …
6 : 68 · Eredienst · deel 6, p. 262eindnoot 18
Joh. 6 : 68 (St.V.).
6 : 68 · Ruth 1 : 16 en 17 · Suameer (1910-1923) · deel 7, p. 101
… ons aan Petrus, die zei: Heer, tot wie zullen wij henengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens (Joh. 6: 68). Het antwoord van Ruth is een van die heerlijke bijbelwoorden, die elk moet kennen. Er is kracht en sterkte in; geloof en liefde …
6 : 68 · 83. Ouders aan Oepke · 2. Leiden · deel 9Aeindnoot 13
Joh. 6:68.
6 : 69 · Lukas 9 : 23 · Laren (1923 vv.) · deel 7, p. 302
… geschieden (Mt. 16 : 22). Even tevoren had hij Jezus beleden; hij zei: Wij geloven dat Gij de Christus zijt (Joh. 6 : 69). Maar toen hij van 't kruis hoorde, zei hij: Dat niet. Jezus bestrafte hem, zei: Ga weg achter Mij, Satanas (Mt. 16 : 23). Het …
6 : 70 · Het Koninkrijk der hemelen · deel 2, p. 484
… Hem. Wanneer Petrus beleden heeft, dat Jezus is de Christus, zegt Jezus: Heb ik niet u twaalf uitverkoren (Joh. 6 : 70)?