328. A. de Graaf1 aan O. Noordmans
Utrecht, 19 juni 1921
Weleerwaarde Heer,
Hoewel ik niet het genoegen heb u te kennen, kan ik niet nalaten u met een enkel woord mee te delen dat ik in lange tijd niet iets gelezen heb, waarmee ik zo geheel, ja bijna woordelijk instem als uw artikel ‘Mystiek in de Moraal’ in het laatste nummer van Eltheto.2 Ook de wijze waarop u de Odyssee aanhaalt en interpreteert vind ik bijzonder schoon, terwijl ik ook met uw oordeel over Goethe’s Wilhelm Meister geheel meega. In het gehele stuk blijven vorm en inhoud op één hoogte, culminerend in de prachtige eindzinnen, niet minder schoon gedacht als uitgedrukt. Er blijkt weer uit dat schoonheid een eigenschap is van de waarheid. Ik heb er veel aangehad en dank u er voor. Met de meeste hoogachting, uw dw. dienaar,
A. de Graaf.
(AN)