M. Een geheimzinnige macht1
Verschillende voorstellen met het oog op de aanstaande classicale vergaderingen worden ook thans weer op onze tafel gelegd. Die voorstellen willen enerzijds reorganisatie, anderzijds verscherping van proponentsformule en belijdenisvragen. De nieuw opgerichte Hervormde Broederschap wenst aanhangig te maken een wijziging in de samenstelling van onze synode.2 Daarnaast wordt van verschillende zijde, uit Zeeland3 en nu 't laatst door een zestigtal predikanten4 een nieuwe formulering van de proponentsformule aanbevolen. In de proponentsformule zou dan worden ingelast een verwijzing naar de belijdenisschriften en verder een nadere bepaling van 'het Evangelie van Jezus Christus' met de woorden van Rom. 4 : 25: 'Overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.' Die verscherping van de proponentsformule zou de vrucht moeten zijn van de Haagse vergadering op 16 april.
In wijde kring staat thans de belangstelling voor reorganisatie op het vriespunt. De ijver voor verscherping van de proponentsformule op het kookpunt. En daarmee gaan we weer een van die crises in onze kerk tegemoet waarvan men niet kan zeggen waartoe ze leiden zal. De Heraut heeft het vorige jaar reeds dit verschijnsel aangewezen als hoogst verblijdend toen ze de zwenking signaleerde die de Confessioneele Vereeniging gemaakt heeft door het belijdenisvraagstuk voorop te zetten. De Confessioneele Vereeniging heeft toen breder leiding opzij gezet met tamelijk grote hardhandigheid en heeft het zog gekozen van de Gereformeerde Bond.5
Ter illustrering hiervan zouden verschillende dingen zijn aan te voeren. Men kan er iets van zien wanneer men de namen doorloopt van de 60 predikanten die 't laatst de wijziging der proponentsformule hebben aanbevolen. Men voelt het in de wijze waarop de Haagse vergadering wordt geëxploiteerd. Steeds heette het enige jaren geleden in confessionele kringen dat kerkelijke samensprekingen een groot deel van het kerkelijk euvel zouden wegnemen. Aan wettige classicale vergaderingen werd een sterke macht toegeschreven tot bekering van tegenstanders. Ik heb de toenmalige voorzitter van de synode eens horen zeggen dat dan alles terecht zou komen. Thans hebben we onze eerste synodale conferentie gehad. Wel geen wettelijk kerkelijke vergadering in reglementaire zin, maar toch iets wat geaccepteerd is als een gelegenheid tot samenspreking.
Men zou denken dat nu iets van de beloofde christelijke lankmoedigheid in praktijk zou worden gebracht. Dat men blij eindelijk de afgedwaalde broeder in het kerkelijk veld te ontmoeten althans alle trappen van de tucht niet hem zou willen doorlopen. Wie dit gedacht heeft, is bedrogen uitgekomen. Nauwelijks hebben we de eerste schijn en schaduw gehad van een 'Synode Nationaal', of de kloof wordt als ondempbaar uitgeroepen. Er is vroeger door degenen die in reorganisatie geen tovermiddel zagen en aan classicale vergaderingen geen magische kracht toeschreven wel op gewezen dat kerkelijke tegenstanders in het kerkelijk veld het wel evenmin in één ogenblik eens zouden zijn als bij een strijd in geschrifte. De meer nuchtere strijders moeten nu echter wel met enige verbazing het ongeduld van sommige reorganisatiemannen aanzien. Wat de voorzitter der Dordtse synode pas in de laatste samenkomst nodig oordeelde, zouden sommige reorganisatiemannen reeds in de eerste willen doen: de tegenstander het zwijgen opleggen.6 Wel wijst, ik meen Ignotus in Troffel en Zwaard7 op de verbroedering die een kerkelijke vergadering brengt.a Maar dit was, meende ik, niet de afspraak dat mensen die reeds naast elkaar stonden verbroederen zouden. Ons was beloofd dat kerkelijke vergaderingen in onderscheiding van gewone vergaderingen tegenstanders zouden verbroederen. Waar nu de Haagse vergadering gebruikt wordt om er de gewijzigde proponentsformule mee aan te drijven, daar meen ik dat daarmee de paarden achter de wagen worden gespannen. Dit is menselijk ongeduld en geen christelijke ijver. De modernen zullen het zichzelf te wijten hebben wanneer zij straks misschien de prikkels van een formule in hun zijde zullen voelen. Zij hebben in partijconservatisme een volkomen gewettigde roep om een behoorlijke organisatie van onze kerk steeds tegengestaan. Vrees is hier een slechte raadgeefster gebleken. Maar dat geeft ons geen recht van de rechte weg af te slaan op een bijpad. In elk geval kan men onder een zo scherpe hoek van een vorige gedragslijn niet afwijken zonder de gewettigde verbazing van de toeschouwer gaande te maken.
We moeten denken aan een verhaaltje van het soort van de bakersprookjes. maar dat een moraal bevat. Het vertelt van zeker dier of schepsel, naar men wil, dat niet in de schuur wil gaan. Vuur, water, een hond en enige andere elementen worden er bij te hulp geroepen. In lange lijn staan de drijvers alle onwillig tot ten laatste een gewillige wordt gevonden die er schot in brengt. Wanneer we de onbewegelijkheid der synode inzake reorganisatie hier als punt van vergelijking mogen nemen, dan zien we Confessioneele Vereeniging, Gereformeerde Bond reeds enige tijd in de lijn zonder gevolg. De Confessioneele Vereeniging, die het naast aan de synode stond, beet niet. Deze stand verdriet tenslotte. Sedert kwam er schot in. Waar is de geheimzinnige macht te zoeken, die er schot in bracht? De vraag is beantwoord wanneer men weet te zeggen wie achter de Gereformeerde Bond staat.