N. Tweeërlei actie1
Er bestaat op dit ogenblik in onze kerk tweeërlei actie. De ene spant zich in voor reorganisatie; de andere voor de verscherping van de proponentsformule en de belijdenisvragen. Sommigen richten hun ijver bijna uitsluitend in de richting van de oplossing van het belijdenisvraagstuk. Zij wensen, ook in de gegeven moeilijke verhoudingen, de belijdenis der kerk te handhaven, al zou de kerk daardoor ook uiteenvallen. Anderen wensen dat de leden van onze kerk meer op elkander zullen aangewezen worden. Zij wensen het kerkelijk samenleven tot ontwikkeling te brengen. Zij willen aan onze kerk een betere vertegenwoordiging verschaffen waardoor de kerk als geheel meer als één lichaam kan optreden. Zij hopen dat dit een heilzame invloed zal hebben op het partijwezen in de kerk. Zij leggen er nadruk op dat men rekening moet houden met de moeilijke crisis die het geestelijk, godsdienstig en kerkelijk leven doormaakt, vooral sedert het midden der negentiende eeuw. Zij menen hoopvolle tekenen te kunnen aanwijzen die de verwachting wettigen dat het ergste geleden is en durven soms de hoop koesteren dat we een godsdienstig reveil tegemoet gaan. In verband daarmede waarschuwen ze tegen een hardhandig ingrijpen in de gewetens van tijdgenoten. Een derde groep zou deze beide acties willen verenigen. Arbeiden aan een reorganisatie van onze kerk en tegelijktijdig zich inspannen voor een strengere keur der geesten. Zij vragen: kan het niet samengaan?
Nu kunnen deze beide dingen, reorganisatie en aanschroeven van de drie formulieren, in één geval zeer goed samengaan. Maar ook slechts in één geval. En wel dan, wanneer het doel vooraf geheel en duidelijk vaststaat. Wanneer men precies weet te zeggen, waar men uit wil komen. Reorganisatie en aanschroeven van de drie formulieren zijn dan de twee einden van een zelfde stok, waarvan het vrij onverschillig is, bij welk einde men die aanvat. Reorganisatie moet dan dienen om de macht in handen te krijgen tot wering van afwijkende gevoelens en een verscherpte keur der geesten heeft ten doel kerkelijk samenleven gemakkelijk te maken door de moeilijkheden af te snijden. Gelukt het een betere vertegenwoordiging van onze kerk te verkrijgen, dan zouden dezulken die dadelijk willen aanwenden tot doorzetten van de gevoelens van een bepaalde meerderheid en de formulieren tot geldigheid brengen. Gelukte het door verscherping der formules een krasse zuivering te bewerken, dan zouden de gedunde gelederen der kerk zich vrij gemakkelijk tot samenleven kunnen inrichten. ⚑Beide acties zouden dan elkaar aanvullen.
Vraagt men dan, welke toestand van onze kerk deze lieden voor ogen staat en wat het duidelijke en scherp belijnde beeld is waarnaar zij willen heen arbeiden, dan zal men bevinden dat die toestand en dat beeld werkelijk in zeer concrete vorm bestaan. Ze bestaan als Gereformeerde Kerken in Nederland. De Dordtse kerkenorde als regel en de drie formulieren als akkoord van kerkgemeenschap. Hier valt geen probleem meer op te lossen. Het is opgelost sedert 1886, of sedert 1619. Zo men wil.
Voor degenen, die deze oplossing van ons kerkelijk vraagstuk min of meer bewust voor ogen hebben, kunnen de beide acties zeer goed samengaan. Dezulken zijn er zeer velen in onze kerk. Onze kerk krioelt van onbewustdolerenden, wier kerkelijke idealen al lang in concrete vorm bestaan in de Gereformeerde Kerken. Hun kerkidee verschilt alleen kwantitatief van dat der gescheidenen, niet kwalitatief. Zij zouden een groter stuk van ons volk mee willen, hebben; daarom zijn zij nog hervormd. Een andere wijze van kerkelijk samenleven en een anderefunctie van de belijdenis is hun onbekend. Hier ligt de verborgen reden, waarom de overgangen bijna altijd uit de Hervormde Kerk naar de Gereformeerde Kerken plaatshebben en niet andersom.
Anders zal het worden zodra ons volk leert inzien dat de Dordtse kerkenorde en de drie formulieren niet het einde zijn van de wegen Gods.
Wanneer men leert zien dat de bede 'Uw Koninkrijk kome' oprechter gebeden kan worden in de Hervormde Kerk dan in de Gereformeerde Kerken. Maar dan zal men tegelijk inzien dat men niet precies vooruit kan zeggen waar men komen zal. In het geloof zal men moeten gaan als Abraham naar een land dat God zal wijzen. Maar dan moet er veel aan de leiding Gods worden overgelaten, ook de toekomst van onze kerk.
Zodra echter het duidelijke en concrete beeld van kerkelijk leven in de Gereformeerde Kerken door ons wordt afgewezen, gevoelen we, dat de belde acties van tegenwoordig niet kunnen samengaan. De reorganisatiebeweging is een toebereiden van de akker; een voorbereidend werk; een zoeken van de vormen, waarin kerkelijk leven en kerkelijke arbeid in onze dagen het best kunnen gedijen. Althans zo versta ik de reorganisatie. Bedoelt ze herstel der Dordtse kerkenorde alleen, dan zou ik ze moeten gelijkstellen met de beweging voor de verscherping der formules en ze in het kader moeten plaatsen, dat we zoëven hebben afgewezen. Reorganisatie bedoelt een orgaan te scheppen voor de geestesgaven van onze dagen, opdat die tot hun recht zullen komen en anderen tot zegen zijn. Eerst in verband daarmee en daarmee parallel zou een geestelijk brede, gezonde kerkelijke tucht geboren kunnen worden. Daarop vooruit te lopen is eenvoudig onmogelijk.
Onder onze tegenwoordige kerkinrichting moet de 'status quo' geëerbiedigd worden.