Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 1 · p. 493–495

Weergave

M. Een geheimzinnige macht1

Verschillende voorstellen met het oog op de aanstaande classicale vergaderingen worden ook thans weer op onze tafel gelegd. Die voorstellen willen enerzijds reorganisatie, anderzijds verscherping van proponentsformule en belijdenisvragen. De nieuw opgerichte Hervormde Broederschap wenst aanhangig te maken een wijziging in de samenstelling van onze synode.2 Daarnaast wordt van verschillende zijde, uit Zeeland3 en nu 't laatst door een zestigtal predikanten4 een nieuwe formulering van de proponentsformule aanbevolen. In de proponentsformule zou dan worden ingelast een verwijzing naar de belijdenisschriften en verder een nadere bepaling van 'het Evangelie van Jezus Christus' met de woorden van Rom. 4 : 25: 'Overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.' Die verscherping van de proponentsformule zou de vrucht moeten zijn van de Haagse vergadering op 16 april.

In wijde kring staat thans de belangstelling voor reorganisatie op het vriespunt. De ijver voor verscherping van de proponentsformule op het kookpunt. En daarmee gaan we weer een van die crises in onze kerk tegemoet waarvan men niet kan zeggen waartoe ze leiden zal. De Heraut heeft het vorige jaar reeds dit verschijnsel aangewezen als hoogst verblijdend toen ze de zwenking signaleerde die de Confessioneele Vereeniging gemaakt heeft door het belijdenisvraagstuk voorop te zetten. De Confessioneele Vereeniging heeft toen breder leiding opzij gezet met tamelijk grote hardhandigheid en heeft het zog gekozen van de Gereformeerde Bond.5

Ter illustrering hiervan zouden verschillende dingen zijn aan te voeren. Men kan er iets van zien wanneer men de namen doorloopt van de 60 predikanten die 't laatst de wijziging der proponentsformule hebben aanbevolen. Men voelt het in de wijze waarop de Haagse vergadering wordt geëxploiteerd. Steeds heette het enige jaren geleden in confessionele kringen dat kerkelijke samensprekingen een groot deel van het kerkelijk euvel zouden wegnemen. Aan wettige classicale vergaderingen werd een sterke macht toegeschreven tot bekering van tegenstanders. Ik heb de toenmalige voorzitter van de synode eens horen zeggen dat dan alles terecht zou komen. Thans hebben we onze eerste synodale conferentie gehad. Wel geen wettelijk kerkelijke vergadering in reglementaire zin, maar toch iets wat geaccepteerd is als een gelegenheid tot samenspreking.

Men zou denken dat nu iets van de beloofde christelijke lankmoedigheid in praktijk zou worden gebracht. Dat men blij eindelijk de afgedwaalde broeder in het kerkelijk veld te ontmoeten althans alle trappen van de tucht niet hem zou willen doorlopen. Wie dit gedacht heeft, is bedrogen uitgekomen. Nauwelijks hebben we de eerste schijn en schaduw gehad van een 'Synode Nationaal', of de kloof wordt als ondempbaar uitgeroepen. Er is vroeger door degenen die in reorganisatie geen tovermiddel zagen en aan classicale vergaderingen geen magische kracht toeschreven wel op gewezen dat kerkelijke tegenstanders in het kerkelijk veld het wel evenmin in één ogenblik eens zouden zijn als bij een strijd in geschrifte. De meer nuchtere strijders moeten nu echter wel met enige verbazing het ongeduld van sommige reorganisatiemannen aanzien. Wat de voorzitter der Dordtse synode pas in de laatste samenkomst nodig oordeelde, zouden sommige reorganisatiemannen reeds in de eerste willen doen: de tegenstander het zwijgen opleggen.6 Wel wijst, ik meen Ignotus in Troffel en Zwaard7 op de verbroedering die een kerkelijke vergadering brengt.a Maar dit was, meende ik, niet de afspraak dat mensen die reeds naast elkaar stonden verbroederen zouden. Ons was beloofd dat kerkelijke vergaderingen in onderscheiding van gewone vergaderingen tegenstanders zouden verbroederen. Waar nu de Haagse vergadering gebruikt wordt om er de gewijzigde proponentsformule mee aan te drijven, daar meen ik dat daarmee de paarden achter de wagen worden gespannen. Dit is menselijk ongeduld en geen christelijke ijver. De modernen zullen het zichzelf te wijten hebben wanneer zij straks misschien de prikkels van een formule in hun zijde zullen voelen. Zij hebben in partijconservatisme een volkomen gewettigde roep om een behoorlijke organisatie van onze kerk steeds tegengestaan. Vrees is hier een slechte raadgeefster gebleken. Maar dat geeft ons geen recht van de rechte weg af te slaan op een bijpad. In elk geval kan men onder een zo scherpe hoek van een vorige gedragslijn niet afwijken zonder de gewettigde verbazing van de toeschouwer gaande te maken.

We moeten denken aan een verhaaltje van het soort van de bakersprookjes. maar dat een moraal bevat. Het vertelt van zeker dier of schepsel, naar men wil, dat niet in de schuur wil gaan. Vuur, water, een hond en enige andere elementen worden er bij te hulp geroepen. In lange lijn staan de drijvers alle onwillig tot ten laatste een gewillige wordt gevonden die er schot in brengt. Wanneer we de onbewegelijkheid der synode inzake reorganisatie hier als punt van vergelijking mogen nemen, dan zien we Confessioneele Vereeniging, Gereformeerde Bond reeds enige tijd in de lijn zonder gevolg. De Confessioneele Vereeniging, die het naast aan de synode stond, beet niet. Deze stand verdriet tenslotte. Sedert kwam er schot in. Waar is de geheimzinnige macht te zoeken, die er schot in bracht? De vraag is beantwoord wanneer men weet te zeggen wie achter de Gereformeerde Bond staat.

Voetnoten

  1. a

    In Troffel en Zwaard publiceerde P. J. Kromsigt onder het pseudoniem Ignotus zijn Brieven van Ignotus. N. verwijst bier naar Brieven van Ignottis XIV in Troffel en Zwaard 17 (1914), p. 77 vv. Wanneer Ignotus daar spreekt over de Haagse vergadering, dan noemt hij tegenover de zwakheid in de discussie van de "modernen en halfrnodernen ter vergadering" lovend "de grote eenstemmigheid bij hen die opkwamen voor het belijdend, het christelijk karakter der kerk. Er was onder hen een treffende verbroedering merkbaar. Wij voor ons zagen er in de vrucht en de zegen van een echt-kerkelijke vergadering, die door ernstige mannen biddend was ingewacht" (p. 88).↩

Eindnoten

  1. 1

    Een geheimzinnige macht werd door N. gepubliceerd in HZ. 7 (1914) nr. 23.↩

  2. 2

    In 1914 werd de Hervormde Broederschap opgericht, die zowel orthodoxe als ethische predikanten omvatte. Haar voorzitter was ds. G. H. Wagenaar te Rotterdam, haar secretaris ds. J. Riemens te Dedemsvaart.

    Het Comité van deze Broederschap richtte zich tot de classicale vergaderingen met het verzoek in haar samenkomst in juni het volgende voorstel te bespreken en aan de Algemene Synode op te zenden, nl. dat art. 56, al. 1-4 van het Algemeen Reglement in het vervolg aldus zou worden gelezen: "De synode is samengesteld uit 45 leden, waarvan 30 dienstdoende predikanten en 15 ouderlingen of oud-ouderlingen. De leden worden gekozen door de classicale vergaderingen . . ." Blijkens de toelichting ging het de Broederschap hier "om het beginsel van de verkiezing der synode direct vanuit de classicale vergaderingen, opdat er meer contact, meer innig levensverband moge komen tussen kerk en synode, dan dit thans naar aller gevoelen het geval is." Cit. naar De Gereformeerde Kerk 26 (4.6.1914) nr. 1339. Zie voor de volledige tekst de Handelingen van de buitengewone vergadering en van de 100ste gewone vergadering van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, tenjare 1915, 's-Gravenhage 1915, p. 329 v.↩

  3. 3

    Blijkens De Gereformeerde Kerk 26 (28.5.1914) nr. 1338 hebben ds. J. J. Homburg te Goes, ds. H. P. Stegenga te Wolfaartsdijk en dhr. W. van Oeveren, lid van het provinciaal kerkbestuur van Zeeland, alle kerkeraden verzocht de proponentsbelofte op de a.s. classicale vergaderingen in behandeling te brengen teneinde de synode te bewegen de proponentsbelofte aldus te wijzigen, dat achter de woorden 'het Evangelie van Jezus Christus' ingevoegd worde: 'Die (Rom. 4 : 25) overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging.' Zie voor de tekst van de proponentsformule (art. 27 van het Reglement op het examen) J noot 3.

    Er werd door een aantal classicale vergaderingen gehoor aan hun verzoek gegeven. Zie Handelingen 1914, p. 649 v.↩

  4. 4

    Ondertekend door 63 predikanten werd in 1914 het volgende voorstel voor wijziging van de in art. 27 van het Reglement op het examen voorkomende belofte (proponentsformule) bij de synode ingediend: "Wij ondergeschrevenen ... beloven in het diep besef van onze roeping en in vertrouwen op God, dat wij daarin met ijver en trouw zullen werkzaam zijn om, overeenkomstig de beginselen en het karakter van de Hervormde Kerk hier te lande, zoals deze gekend worden uit haar belijdenisschriften, te verkondigen het Evangelie van Jezus Christus, 'overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking' (Rom. 4 : 25), en de belangen van het Godsrijk en in overeenstemming hiermee die van de Nederlandse Hervormde Kerk, met opvolging van haar verordeningen, naar vermogen te behartigen."

    In de toelichting bij dit voorstel staat o.a. dat de ondertekenaren bewust het Evangelie nader bepaald hebben met Rom. 4 : 25: daarin staat het centrale van het Evangelie verwoord. "Dit centrale in de prediking, waarmede wij ons op natuurlijke, ongezochte wijze aansluiten aan de Reformatie .... voorts aan datgene, waarom bij de opkomst der nieuwere dwalingen in de 19e eeuw de strijd zich voornamelijk heeft bewogen, en eindelijk aan wat ook op de grote, kerkelijke vergadering van 16 april l.l. als vanzelf op de voorgrond trad, behoort naar onze mening zo duidelijk en ondubbelzinnig mogelijk in de proponentsformule uitgedrukt te worden, opdat ook van daaruit heel de belijdenis der kerk worde gezien . . ." De opstelling van dit adres was gebeurd door de 5 volgende Amsterdamse predikanten: H. A. J. Lütge, J. P. Eringa, P. J. Kromsigt, G. Oorthuys en J. Wieten. Het geciteerde en de namen van de ondertekenaars te vinden in Handelingen 1914, p. 638 v.↩

  5. 5

    Naar aanleiding van het voorstel van de Confessioneele Vereeniging tot wijziging van de proponentsformule (zie J noot 3) zei H. H. Kuyper in De Heraut (6.7.1913) nr. 1850, dat bij bij de Confessioneele Vereeniging anders dan bij de Gereformeerde Bond "wel eens de indruk (ontving), dat alle nadruk werd gelegd op de reorganisatie en het belijdenisvraagstuk daardoor op de achtergrond raakte. Des te meer verblijdt het ons daarom, dat ook de Confessioneele Vereeniging ditmaal de belijdeniskwestie op de voorgrond schoof en de reorganisatie eerst in de tweede plaats wordt genoemd." H. H. Kuyper besluit zijn artikel met het uitspreken van zijn dankbaarheid, "dat èn de Gereformeerde Bond èn de Confessioneele Vereeniging de belijdeniskwestie bij de synode opnieuw aan de orde hebben gesteld."↩

  6. 6

    N. zinspeelt hier op het optreden van Johannes Bogerman, de voorzitter van de Dordtse synode, die op 14 januari 1619 de gedaagde remonstranten vanwege hun optreden de verdere toegang tot de vergaderzaal ontzegde.↩

  7. 7

    Troffel en Zwaard. Tweemaandelijksch tijdschrift, uitgegeven door en onder redactie van het Comité tot verspreiding van de beginselen der Confessioneele Vereeniging, werd opgericht in 1898 en bestond tot 1919. Het werd uitgegeven te Utrecht.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← L. Een nabetrachtingInhoudN. Tweeërlei actie →