Q. Rondom 'geest en hoofdzaak'1
Dr. Wumkes,2 die het bekende 'Sneeker adres' mede heeft ondertekend, heeft onder de titel Dienst der verzoening de rede uitgegeven, die hij te Sneek heeft gehouden. Dr. Wumkes geeft in een voorbericht zijn standpunt aldus aan: "Kerkelijk Nederland heeft er zich over verbaasd, dat een predikant, die zich het meest geestverwant voelt aan dr. F. Kohlbrügge, met vrijzinnige kerkeraadsleden van zeer uiteenlopende overtuiging, het bekende adres richtte aan de synode inzake art. 39. Men heeft die daad verklaard voor een verloochening van Christus, voor verraad aan zijn zaak, voor een uiting van kleurloos christendom, voor doorvloeiing, ja het gerucht ging, dat ik modern was geworden.
Laten alle bezorgde mensen weten dat mijn denkbeelden aangaande de dingen Gods, aangaande de verhouding tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen, aangaande de lidmatenbevestiging dezelfde zijn gebleven, sedert de leraar uit Elberfeld met zijn diepe kennis van zonde en genade beslag op mij heeft gelegd. Dit feit heeft mijn kerkelijke gedragslijn jarenlang anders doen zijn dan der toongevende orthodoxie, die dat niet duldde en er wrevel over uitblies.
In de huidige kwestie achtte ik de opvijzeling van de bevestigingsplechtigheid, met terzijdestelling van de Doop, zo ongereformeerd en onwaarachtig, dat langer zwijgen mij onmogelijk was."a
Van de belijdeniskwestie zegt hij verder: "Alleen in de weg van het offer zal de orthodoxie de heterodoxie overwinnen en opvoeren tot meerdere geestelijke rijkdom. Daartoe zal zij afstand moeten doen van allerlei kerkbegrippen en systemen, van alle aandringen op leertucht, zal zij haar doctrinair kleed moeten afleggen en als een stille godsvriend naast de andersdenkende broeder op één bank moeten gaan zitten, hem vertrouwend in de ogen zien, hem leren verstaan in zijn twijfel, strijd en afdwaling. Dat is Eeuwigheidswerk. Het geloof in Christus knutselt niet met reglementsartikels, maar grijpt de overwinning, ziende op Hem, die over alle machten der duisternis heeft getriomfeerd. Om Christus' wil ga dan ook, hoe eerder hoe beter, dit synodale voorstel van de baan, dat tweespalt brengt, de kerk verscheurt en vaneen rijt wat één kan zijn in Christus. De orthodoxie aanvaarde ten opzichte van de heterodoxie, wat God in Christus aan de wereld heeft gegeven, laat verkondigen in het Evangelie en laat verzegelen in de Doop: verzoening. De vrijzinnigheid doe hetzelfde ten aanzien van de rechtzinnigheid. Dan eerst wordt de Nederlandse Hervormde Kerk de kerk van het kruis."b
Ten tweede heeft dr. Wumkes het adres ondertekend om de wille van de waarheid. De Nederlandse Hervormde Kerk is geen belijdeniskerk, wat ze zou moeten zijn. en het synodale voorstel is geen eerste stap om haar dat te maken. De wijze waarop de drie vragen zijn ontstaan als ook hun vorm en inhoud nopen dr. Wumkes ze te verwerpen. Tenslotte schrijft hij met ingenomenheid over de verbroedering die er in de laatste jaren tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen is gekomen. Maar thans wordt op de onhandigste en onridderlijkste wijze de kwestie der bevestigingsvragen aangegrepen om heerschappij te voeren over de gewetens van anderen. "Nog lang zal de kerk de jammerlijke gevolgen van deze daad ondervinden",c besluit dr. Wumkes.
Naar aanleiding daarvan schrijft dr. De Hartog in de Nieuwe Rotterdanische Courant van 17 mei jongstleden het volgende:d "Hoewel ik, naar weloverwogen gewoonte, mij begeer te onthouden van kerkelijke partijstrijd kan ik niet nalaten naar aanleiding van de aankondiging van dr. Wumkes' Dienst der verzoening (in uw avondblad van woensdaa) deze schrijver mijn hartelijke instemming te betuigen. Naar mijn overtuiging heeft men de kwestie 'geest en hoofdzaak' op de ongelegenste tijd aan de orde gesteld. Waarjuist in onze dagen alom verdieping van geestelijke belangstelling is op te merken, waar de lucht als vol zit van poging om te leren verstaan datgene waaraan men vroeger schouderophalend voorbij ging, terwijl dus God bezig is een tijd te bereiden waarin men, ook inzake 'orthodox' en 'modern', principiëler voeling met elkaar zou kunnen zoeken en vinden, daar gaat men, zowaar, weer trachten met formulering, met macht te bereiken, hetgeen alleen door de kracht van Geest en Woord geschieden kan! Mochten de ogen toch eens geopend worden voor de verwoesting die goed bedoeld uiterlijk pogen in het Godsrijk gewerkt heeft. werkt en werken zal. Waarom durft men niet afwachten, of door des Heren heimelijke kracht sterker en klaarder groeien zal hetgeen men nu door snoeien tracht te dwingen? Zo treffend zegt dr. Wumkes: "De orthodoxe zal zijn doctrinair kleed moeten afleggen en als een stille godsvriend naast de andersdenkende op één bank moeten gaan zitten, hem vertrouwend in de ogen zien, hem teren verstaan." In eigen geestelijke ontwikkeling, ik mag dit wel uitspreken, heb ik déze ontdekking gedaan: naar mate ik overtuigder, innerlijker 'orthodox' werd, naar die mate leerde ik uiterlijke ketterjacht (voorheen mijn vaardig bedrijf) meer en meer schuwen en verstaan, dat dit ijveren veelal voortkomt uit traagheid van geest. De heilige roeping der 'orthodoxie' voor onze tijd is niet Schrift en Belijdenis vóór te houden ter onderwerping, maar de zware eis der 'orthodoxie', van Godswege gesteld, is 'rekenschap af te leggen', 'leraar te zijn', baanbreker om 'naar de tijd' in te leiden in de blijvende, eeuwige zin der goddelijke openbaring en leer. Dat is zeker een niet gemakkelijke taak! Maar nochtans de vruchtbaarste mogelijkheid om tot de bloei van het Godsrijk in het algemeen en die der Nederduits Hervormde Kerk in het bijzonder mede te werken. Daarom zou ik de goedbedoelende dringer in dezen nog eens willen aanmanen om voor het aangezicht des Eeuwigen te verschijnen en Hem niet te verdenken als zou Hij niet, juist voor onze tijd, wegen vinden die ijveraars, haastende en niet gelovende, voorbij ijlen, zich van anderen en anderen van zich afsnijdende, zódat degenen die, samengaande, elkander wellicht nog konden bereiken en verrijken, voortaan naast elkander steeds meer vervreemd raken. Moge dan het voorstel der Utrechtse hoogleraren3 nog redden wat te redden valt! Uit eigen ervaring weet ik maar al te goed boe een 'orthodoxe' ijveraar somwijlen van hardheid of onverstand wordt beschuldigd, terwijl zijn hart in de binnenkamer verteerd raakt van zielestrijd, wijl hij liever anders zou willen dan hij moet. Maar juist daarom, wijl ik zo goed versta, zou ik allen, hoofd voor hoofd, nog eens nadrukkelijk willen afvragen: "Weet gij, staande voor God, dat gij met uw ijvering voor de zaak des Heren op zijn weg zijt en niet verstrikt gebleven in eigen overleg? Weet gij, dat het alleen zo kan, zo mág en niet anders móet dan door geweld, waarmede uiterlijke schriftgeleerdheid steeds het koninkrijk Gods nemen en bevorderen wilde?" Naar mijn overtuiging zal de strijd tussen 'orthodox' en 'modern' slechts langs organische weg, die de historie telkens als de beste voortekent, kunnen worden beslecht, in Geest en Waarheid, niet door klem."
Ik geloof niet dat de orthodoxie in de naaste toekomst naar dergelijke stemmen nog zal luisteren. De boog die van de Gereformeerde Bond rechts tot de Hervormde Broederschap4 links loopt, omvat de grote meerderheid der orthodoxen. Die boog werd onder leiding van dr. Kromsigt gespannen tot het afschieten van de bekende kerkelijke pijl waarover het thans gaat.
Toch is het een teken des tijds dat deze stemmen worden gehoord. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar wij beluisteren toch in deze uitingen de komst van een anders gestemde orthodoxie. Al zou ik niet elke uitdrukking in het boven geciteerde willen onderschrijven, de grondtoon daarvan schijnt mij de toon van onze orthodoxie te moeten worden. Daarvan zal het afhangen of onze kerk ook voor de toekomst ons volk ten zegen zal zijn.