Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 5, p. 231–240

Weergave
Passages naar Readwise sturen

35. Twee lezingen over Kerkopbouw

1. Het reorganisatie-ontwerp van Kerkopbouw1

Dr. Beerens2 sprak over de huidige organisatie; prof. Brouwer over: De strijd om de organisatie. Ik heb te spreken over het reorganisatie-ontwerp van Kerkopbouw. Ik mag dus met de deur in 't huis vallen en vertellen.

Bijna twee jaar3 geleden installeerde prof. Brouwer de reorganisatiecommissie van de Vereniging. Er is in die beide jaren hard gewerkt en thans liggen de voorstellen op de synodale tafel. Welke zijn nu die plannen?

Om dat duidelijk te maken moet ik eerst iets zeggen van de algemene vooronderstellingen, die ten grondslag liggen. De eerste grote vooronderstelling is dat de gedachte van kerk in onze tijd sterker op de voorgrond moet treden. Wij komen op tegen de voorstelling dat de kerk tussen het staatkundige en het persoonlijke leven zou wegvallen. De geschiedenis van het kerkelijk leven in de laatste tientallen jaren zou ons dat kunnen suggereren. De uitkomsten van de laatste volkstelling hebben die suggestie op droevige wijze versterkt. In menige grote stad is het aantal kerkgangers een klein percent. En met name de cijfers omtrent de jeugd zijn ontstellend. ⚑Welnu, de eerste vooronderstelling van de plannen van Kerkopbouw is dat we niettegenstaande dat alles blijven belijden: ik geloof een heilige algemene christelijke kerk. Wij geloven niet dat de verdere geschiedenis der mensheid mogelijk zal zijn zonder de kerk. Wereldgeschiedenis en geloofsgeschiedenis en menselijk leven is niet denkbaar zonder een ruimte, waarin het geloof zich bewegen kan. Die ruimte is de kerk. En de beweging van het geloof in de ruimte heet in algemene zin liturgie. Buiten die liturgische beweging is geen mensenleven denkbaar. Wij zijn geschapen om te loven, te bidden, te danken, te zingen. En dat kan nu wel op allerlei wijze. Maar het echte kan alleen in de naam van Jezus geschieden.

Een van de voordelen van onze tijd is dat God ons op een heel groot toneel aanschouwelijk onderwijs geeft. Wij behoeven niet naar de schouwburg te gaan. Kerkelijke mensen, die iets van geloofsbeweging verstaan, zien de geweldigste stukken voor zich spelen. Met een wolk van getuigen als toeschouwers.

Dat de liturgie alleen in Jezus' naam mogelijk is, dat wordt ons aanschouwelijk geleerd door wat heden in Duitsland gebeurt.

Lezen. Sportpaleis Berlijn. Ergernis des kruises. Er is nog wel kerk op de wereld. Geloofsbeweging in Christus. Niet Duitse christenen.4

Deze kerk heeft aardse vormen. Wanneer men de kerk vergelijkt met de staat, uit een oogpunt van stabiliteit, dan wint de kerk het verre. Neem de politieke geschiedenis en daarnaast de kerkgeschiedenis. Laten we denken aan Doop, Avondmaal, aan prediking en gebed, aan kerkinrichting, kerkregering.

Het is van grote betekenis dat er een band in het leven bestaat die de mensen vasthoudt in een orde, die niet geheel van deze wereld is en juist daarom duurzamer. Het hachelijke van onze tijd is dat grote groepen binnen de christenheid de aansluiting daaraan hebben verloren. Ze kunnen niet worden opgevangen door een levensverband achter het staatkundige en vallen zo van de ene revolutie in de andere. Juist omdat de kerk niet van deze wereld is, omdat in haar geloofsbeweging mogelijk is, daarom toont ze meer stabiliteit en maakt mensenleven op aarde ook mogelijker.

Van dat geloof in de heilige algemene christelijke kerk moet men iets hebben om lid van Kerkopbouw te kunnen zijn.

Wij willen niet defaitist zijn. Tegen alle schijn in- Rusland, Duitsland, de volkstelling - geloven wij vast in de enige levensbeweging en de enige wereldorde die bestaanbaar is: die des geloofs.

Dit zet ons in een hard conflict met de werkelijkheid. Prof. Haitjema, scherpzinnig denker en goed leider die hij is, heeft heel goed gevoeld waarom het verschil met ons draait: het werkelijkheidsbegrip. Hoe moeten wij staan met ons geloofsbegrip van kerk, met onze eis van kerkelijke orde tegenover de werkelijkheid? Voorop moet staan dat wij de kerk niet in het vlak van de werkelijkheid dezer wereld mogen neerdrukken. Dat zou ons trouwens ook niets geven. Als ik mijn handen hier vlak naast elkaar op de tafel leg ... kan niet zolang in 't platte vlak.5 Maar nu draai ik ze ... nü kan ik ze tegen elkaar leggen. Nu zie ik waarom ze zo gemaakt zijn. Anders konden zij niet bidden. Voor bidden hebben wij de ruimte, de derde dimensie nodig. Zó gaat het ook in de kerk. Met het partij-overleg in de kerk wil het slecht boteren. Men kan het niet eens worden. Dat is erg. Maar erger zou het zijn als het ons gelukte de partijen in het platte vlak van wetenschappelijke, natuurwetenschappelijke, psychologische, filosofische of politieke overtuigingen op elkaar af te passen. Dergelijke oplossingen zijn niet denkbeeldig. Er is een soort amerikanisme, een soort 'social gospel', sociaal evangelie, dat vlak aan de grens komt van een platslaan van het Evangelie. Er is een ander soort amerikanisme dat het zoekt in persoonlijke zelfvervolmaking aan de hand der psychologie.6⚑ In Duitsland zoekt men de oplossing in het nationale vlak. Het Amerikaanse experiment is bezig om te slaan in een algemene 'Verelendung'.7 Tegen het Duitse pogen komt de kerkelijke reactie snel opzetten, sneller dan wij mogelijk hadden geacht. Het is onmogelijk om onze overtuigingen in een van deze vlakken zo op elkaar af te passen dat er eenheid ontstaat. Die éénheid heet belijdenis. En die is alleen in de kerk mogelijk. Voor belijdenis is geestelijke ruimte nodig. En daarmee bedoel ik niet de ruimte in het platte vlak dezer wereld. De ruimte om ja en neen, omdat ze niet op elkaar af te passen zijn, naast elkaar te leggen. Dat is tolerantie. Modus vivendi.8 De eenheid van het humanisme, niet van de kerk. Wij hebben een andere ruimte nodig. Een nieuwe dimensie. De kerkelijke ruimte, waarin plaats is voor geloofsbeweging, de liturgie, waarbij een stuk van de hemel bij het aardse leven getrokken wordt, of liever het aardse leven in het geloof ten dele in de hemelen wordt opgenomen. De Civitas Dei - half kerk half koninkrijk Gods. Alleen dan is confessie - belijdenis - mogelijk. Dan kan er zoiets ontstaan als wanneer ik mijn handen in de ruimte draai tot ze de gebedshouding, gevonden hebben.

Belijdenis betuigt van dingen die geen volkomen aansluiting hebben aan onze natuurkennis. Die wij psychologisch niet kunnen opdelven. Die filosofisch niet te construeren zijn. Die politiek niet te verwerkelijken zijn. Ze zijn nog maar zeer ten dele waar.- Ze zijn nog maar zeer ten dele goed. - Ze zijn nog maar zeer ten dele nuttig. - Ze zijn nog maar zeer ten dele in ons en van ons. Daarom staat volgens Augustinus tegenover de confessie de praesumptie.9 Het nemen van wat nog niet in ons is. Gunning heeft een boekje over dat geestelijk stelen geschreven.10 Confessie, dat is het gestolene teruggeven. Alleen in de belijdenis is aardse éénheid, die iets te betekenen heeft, mogelijk. Wij moeten ons de dingen van boven laten geven.11 Wij moeten leren, zoals Robertson12 het noemt: to hail the King, de Koning toe te juichen. De hele kerkelijke crisis en een groot deel van de politieke ligt daarin dat de mensen het verleerd hebben, zich in die geloofsruimte te bewegen, die kerk heet. De liturgie, de hulde is uit hun leven verdwenen en ze worden zo wanhopig plat en modern. Wij moeten terug naar de kerk, naar de Schrift, naar de Twaalf artikelen, het Onze Vader, gezang 3.13 Dat is de grote vooronderstelling van ons ontwerp. Wanneer wij afwijken van de gewone presbyteriale kerkorde, dan doen wij dat om wat meer kerk in de organisatie te brengen. Dat rekenen met de werkelijkheid is niet: haar in de aardse werkelijkheid neerdrukken. Maar zoals kerk met werkelijkheid rekent, als Jezus op aarde komt om zondaren zalig te maken. Rekenen dus ook met de zondige werkelijkheid. Capituleren voor de zondige werkelijkheid, zoals God ervoor capituleert als Hij zijn Zoon zendt.14 Wij willen de presbyteriale kerkorde in de eerste plaats wat minder politiek maken. Een onderscheid met de zestiende eeuw is vooral dat de zending nu veel meer op de voorgrond staat. Daarin komen wij overeen met de oude kerk. De Westerse kerk was zendingskerk. Ze heeft Europa gechristianiseerd. De Reformatie had deze taak niet meer en de uitwendige zending lag nog weinig in 't gezichtsveld. Dat moest van invloed zijn op de kerkorde. Men richtte zich in als een polis, een gevestigde stad of staat. Iets van politiek wezen kwam er in. Het territoriale werd geweldig versterkt. Het nationale kreeg meer betekenis. Het bisschoppelijke en het evangelistenwezen der oude kerk raakte achterop.

Wij staan voor een heel andere werkelijkheid. Wij moeten iets van dat politieke, territoriale, nationale weer weg doen. Wij doen dat in ons ontwerp allereerst door de zending in te schakelen. De brede classicale vergadering. De brede algemene synode.15 Lekenorganisatie wordt voor kerk gerekend. Het territoriale wordt gecombineerd met het activiteitsbeginsel. Niet de inboorlingen maar de actieve christenen. De zending in breedste betekenis; in- en uitwendige. Het ambt der gelovigen. Het lekenelement. In verband daarmee reeds andere tuchtopvatting. De ethische en de empirische ketter.16 Sociale arbeid kan dan tevens tot zending verdiept worden. En zending tot een liturgische handeling der gemeente. Een geloofsbeweging in de kerk. De liturgie krijgt zo een breed-praktisch karakter. Het gevaar dat we, door op de traditie en de liturgische schatten terug te grijpen, ons een tempel bouwen wordt ondervangen. Het Evangelie is het eerst in de kale synagoge verlezen. Heden is deze schrift in uw oren vervuld, zei de timmermanszoon, de leek bij uitnemendheid, priester naar de ordening van Melchizedek (Lk. 4 : 2 l; Mk. 6 : 3; Gen. 14: 3 vv.; Hebr. 7). Wij ontkennen de waarheid die er in een social gospel ligt niet. Wij waken alleen tegen vervlakking. Het moet gepredikt in de ruimte der kerk. Het mag niet een sociaal belang en politiek doel zijn zonder meer. Social gospel moet gospel blijven. Een boodschap van God. Als wij dus aansluiten aan de werkelijkheid, de zondige werkelijkheid - een andere is er niet op deze wereld - dan is dat geen secularisering, geen capitulatie voor de wereld, maar omgekeerd een poging tot clericalisering. Maar een bepaalde clerus - de leek.17 Een vreemde clericalisering, maar zeker geen secularisering, geen capitulatie van de kerk voor de wereld. Wij erkennen de liturgische beweging des geloofs, de geloofsbeweging, waar die maar is, als kerk. Maar wij organiseren haar tevens.

Een tweede poging om de kerkelijke ruimte, de dimensie der belijdenis terug te winnen, ligt in de instelling van de huis- of hulpgemeente. Die instelling bedoelt om het mogelijk te maken dat groepen in de kerk, die geen aanpassing hebben bij de ambtelijke leiding der plaatselijke gemeente, zichzelf organiseren. Of door de leiders der plaatselijke gemeente worden georganiseerd tot een evangelisatiekring binnen het kerkverband. De leden moeten - minstens 200 - stemgerechtigde leden der gemeente zijn en instemmen met art. 1 en 2 van het Algemeen Reglement,18 waar de doelstelling der kerk wordt aangewezen en waarin naar haar formulieren wordt verwezen. Historisch 't meest in aansluiting aan de kwestie van de minderheden naar het karakter in het Ontwerp. 't Meest op de inwendige zending gericht. Ook de minderheden wijzigen zich in de zin van inwendige zending. De natuurwetenschap, de psychologie, de filosofie en de sociale verschillen komen op de achtergrond, straks ook de politieke. Om de kerk te redden. Niet de kerk, maar de zielen voor het leven te behouden en niet te verliezen. Modernisme wordt bier omgekeerd. Barth en de Duitse christenen.19 De minderheden lossen de kerk op, als ze niet actief en passief in de ware lijn der kerk komen: de belijdenis. Niet een mozaïek maar in de geloofsdimensie. Daarin liggen de charismata. De verscheidenheden. De ene gave en geest reikt verder uit het platte vlak der wereld in de ruimte der belijdenis dan de andere. Maar allen belijden wat ze niet weten, maar geloven. Zo ook psychologisch, sociaal, politiek. In verband met deze beide instellingen: bredere classis en algemene synode: de huisgemeente. Maar dan ook meer kerkelijke regeling van de tucht. De regeling daarvan in het presbyteriale systeem is, in verband met het achterop staan van de zending, van de leken, van charismata, te politiek, niet kerkelijk genoeg. In de geloofsruimte, de kerk, moeten andere factoren meespreken dan die in een gewoon proces optreden!

Onderzoek en eindstemming.

Het moet een onderzoek zijn naar het charisma, naar het lekenwaarheidsgehalte (niet het wetenschappelijke, natuurkundige, psychologische, filosofische, sociale, politieke, maar naar het leken-geloofsgehalte, naar het zendingsgehalte). ⚑Deze dingen komen aan de orde.

En ze komen er.
Wij staan vlak voor grote geestelijke stroomversnellingen.

Kerkherstel, Kerkopbouw zijn als strospiertjes, die daarin meegevoerd worden.

Wij kunnen 't rustig aanzien.20

2. Wat wil Kerkopbouw?1

Of er wat met de kerk gebeuren moet, dat is een vraag. Dát er wat met de kerk gebeurt, is geen vraag maar een feit. Rusland, Duitsland plaatsen ons voor het vraagstuk van kerk en staat.

Bij ons is het kerkelijk vraagstuk lange tijd een richtingsvraagstuk geweest. Een confessionele strijd. En dat blijft het ook wel altijd, want het gaat om de weg naar de eeuwigheid. Zijn we katholiek of ketters, gelovig of ongelovig? Maar het gaat heden ten dage ook om het bestaan van de kerk zelf. Er is uitwendige dreiging en inwendige afbrokkeling. De afbrokkeling deed ons de laatste volkstelling zien en de dreiging is slechts enkele kilometers van ons verwijderd. Maar zulke dingen zijn niet geografisch te bepalen. De dreiging2 is ook midden onder ons. Rome - Mussert.3

De vraag wordt dan: Hoe zal de kerk verder bestaan? Het is te merken dat deze vraag zich gaat opdringen. 't Is alleen een wonder dat ze het niet sterker doet. Wij leven zo snel in deze omwentelingstijd. Hoe loopt het af als de synode maar doorgaat met haar stemverhoudingen van 9 tegen 10 en 10 tegen 9?4

Twee bekende verenigingen houden zich bijzonder met het kerkelijk vraagstuk bezig: Kerkherstel en Kerkopbouw. Kerkherstel heeft in 19295 voorstellen uitgewerkt die in januari 1930 zijn verworpen. Daarin werd Voorgesteld de oude presbyteriale kerkorde weer in te voeren. De gereformeerden hebben die ook. Deze werkt van onderen op: de kerkeraad, de classis, de provinciale synode, de algemene synode. En dat geldt gelijkelijk voor de (kerkelijke) arbeid en de tucht. Alleen zouden nu - in verband met de eenheid en ondeelbaarheid van ons land - de classes de synode kiezen en de provinciale synode zou alleen administratief moeten werken. Dit voorstel wil heel sterk herstel van de presbyteriale kerkorde en het werk van Willem 1, die onze kerk een bestuursinrichting gaf, wordt dan aan de kant gezet. In 1816 kwam ook de kerk onder de staat. Dit was restauratie en een terugslag op de Franse revolutie. Zo werd de kerk echter onmondig. De school, de academie6 nam de zorg voor de leer op zich. De kerk zorgde er voor dat er gepreekt werd, niet voor wat er gepreekt werd. Zo vatte de koning de handhaving der leer op.

Kerkherstel nu wil terecht de kerk weer mondig maken en verantwoordelijk voor wat er gepreekt wordt. Daarom moet de bestuursinrichting aan de kant. De kerk moet weer besluiten kunnen nemen die niet alleen administratief zijn maar ook geestelijk.

Daarmee is Kerkopbouw het eens. Zij heeft nu eveneens een voorstel ingediend, waarin de presbyteriale kerkorde weer wordt ingevoerd. Niet precies op dezelfde wijze als Kerkherstel, maar in de hoofdzaak gelijk: kerkeraden, classicale vergaderingen, provinciale synoden, nationale synode. Men kan vragen welk verschil er is tussen de bestaande bestuursinrichting en de presbyteriale kerkorde, aangezien de kerkelijke mensen nu toch ook afvaardigen naar de vergaderingen en deze vergaderingen nu toch ook besluiten nemen. Het lijkt alsof dit zo is, maar het is niet zo. De classicale vergaderingen zijn stem-machines. Ze kunnen niet besluiten, alleen adviseren. Vroeger werd door de classes het leven beïnvloed. Men kon samen het leven reformeren. Men leze daar de Acta voor op na.

En nu de synode. onze synode is eigenlijk een administratief lichaam. Ze kan geen uitspraken doen in verband met de prediking. De pols van het christelijk leven klopt er niet zoals het op een ware synode moet zijn. Ze is een evenaar7 van negen tegen tien of tien tegen negen. De synode vertegenwoordigt het evenwicht, partij-evenwicht en verder zorgt ze dat de school voor de leer kan zorgen. Een belijdenisuitspraak is haar schier onmogelijk. Daarom zijn velen bang voor de presbyteriale kerkorde. Ze willen geen beslissingen in de kerk die geschiedenis maken. Wel evenwicht.

Zoals gezegd - Kerkopbouw gaat in zoverre met Kerkherstel samen dat ook deze vereniging in beginsel wil terugkeren tot het presbyteriale leven. Hier melden zich twee vragen:

a. Is dit presbyteriale leven zomaar te herstellen en weer in te voeren?

b. Is de historische presbyteriale kerkorde in de praktijk in alle delen bruikbaar gebleven?

Met deze vragen komen wij tot de kritiek der kerkorde. Wat a. betreft: er is in onze dagen een kritische theologie. Daarnaast komt nu een kritische kerkorde te staan. Die is (trouwens) al lang aan de orde, al vijftig jaar.8 Na 1886 is dit de hervormde positie dat de kerkorde een vraag geworden is. Er is geloof voor nodig. Kerkorde is een eschatologisch begrip9 want zij hangt samen met de wederkomst van Christus. En daarom kunnen wij niet zomaar gaan herstellen. De tijden hebben tekenen, daarop moet men letten. ⚑Wat b. betreft: de presbyteriale kerkorde is niet volmaakt gebleken. Wat de tuchtoefening betreft heeft ze geen bevredigende geschiedenis. En na 1886 zucht men in de hervormde kerk naar een andere regeling: men wil niet naar Assen.10

Deze beide dingen - de kritische kerkorde en de eigen regeling van de tucht - onderscheiden Kerkopbouw. Kerkherstel wil ook wel anders dan de kerken in 1886, maar zij legt dat niet vast in de kerkorde. Het hangt daar alles af van de geest. Maar dan kunnen wij de oude organisatie ook wel houden.

Nu kom ik over de speciale punten te spreken en begin bij het hoofdthema: de regeling der tucht. Reeds in januari 1930 heb ik in het Weekblad voor christendom en cultuur als hoofdbezwaar tegen het voorstel-Haitjema c.s. ingebracht dat het tuchtprocédé niet is gewijzigd. Daar zit de zaak op vast. Daar is in 1886 het wachten op. En anders kan men zijn gading vinden bij de gereformeerde kerken, die dan wel goed werken. Wij zijn in Kerkopbouw dan ook begonnen met opzicht, tucht en kerkvisitatie. De kerkvisitatie is een oud instituut. Reeds Luther heeft er sterk mee gewerkt. Deze functie berust op persoonlijke invloed en wij meenden haar in de tuchtregeling te moeten inschuiven. Tot nu toe ontbreekt het persoonlijke element in de kerkelijke rechtspraak. Het blijft bij aanklacht en proces. Men zie het tuchtproces dat 'broeder Marinus'11 in beweging zet tegen dr. Geelkerken. Wij nu willen een kerkvisitator en moderator voor zes jaren zien benoemd. Meestal zal dat verlengd worden. Deze maatregel brengt een persoonlijk element in de tucht. En als het werk van deze kerkvisitator niet lukt, dan moet er tenslotte een proces komen.

Men heeft bezwaar tegen de duur van deze functie. Maar anders (bij een kortere benoeming) gaat het persoonlijke weer verloren en het wordt te politiek. De gereformeerde kerkorde (de kerkorde van de gereformeerde kerken) staat in gevaar te verpolitieken. Politiek en belijden lopen nergens zo ineen als bij de gereformeerden. Zelfs hun theologie dreigt te verpolitieken. In Kerkherstel wil men wel een tussen-instantie, maar niet als ambt.12 Ook wij willen een dienst, maar ambt en dienst waren vroeger één ding. Laten wij het behulpsels noemen.

Een tweede belangrijke zaak is de huisgemeente. Het richtingsvraagstuk is geen kleinigheid. Hier hebben wij weer de kwestie van politiek en kerk. Tucht en richting hangen nauw samen. Als men mensen in Kerkherstel vraagt: wilt ge alle vrijzinnigen de kerk uit hebben? dan zeggen ze: neen!, maar zij willen wel orde op de prediking stellen. Wij willen dat ook. De kerk moet beslissen wat er gepreekt wordt en niet alleen dat er gepreekt wordt. Maar de kerk is met dit probleem niet in het reine als zij er alleen maar voor zorgt dat er (op een bepaalde wijze) niet gepreekt wordt. En daar kan het licht op neerkomen. Daar zorgt bisschop Müller13 ook voor. Dat kunnen zes hitlerjongens met stokken ook doen!14

Nu wil ook ik wel zeggen: dat er niet gepreekt wordt, daar moet soms voor gezorgd worden. Wij zijn hier op deze aarde en wij zijn ook stoffelijke wezens. Wij gebruiken daarom ook uitwendige middelen,15 al zijn het geen stokken. Maar wij moeten er toch wel terdege aan denken dat wij in de kerk zo weinig mogelijk met de stok werken. Kerkherstel roept: de zuivere Evangelieprediking moet veilig gesteld. Maar het is niet zo gemakkelijk te zorgen dat er werkelijk gepredikt wordt als om te zorgen dat er niet gepreekt wordt. Deurwachter zijn in de kerk is geen geringe zaak. De deur in een kathedraal ziet er anders uit dan die van een hondehok. Men doet ze ook niet op dezelfde wijze open en dicht als de deur van een bewaarplaats van brandstof. Het zijn allemaal geen Petrussen die met sleutels zwaaien. Buitensleutels gaan makkelijker dan binnensleutels en daaraan dacht Kerkopbouw bij de huisgemeente. Ze tracht de kerkdeur zo te laten draaien dat de mensen binnenkomen en niet buiten. De huisgemeente gaat uit van de richtingen (het richtingsprobleem) der negentiende eeuw. Maar ze blijft daarbij niet staan. De eeuwen kruien. We denken aan een huisgemeente bij minstens éénderde van de lidmaten der gemeente of bij minstens tweehonderd lidmaten. We moeten erkennen dat de richtingstrijd ook ontstaat door psychologische verschillen. En dat er ook een 'zendingsgemeente' in de plaatselijke gemeente kan zijn.16 Dit alles met het oog op de nood des tijds.17 Hiertegen heeft Kerkherstel het meeste bezwaar. Kerkherstel vreest dat het richtingswezen in de kerk dan gereglementeerd wordt. Maar in de huisgemeente die ons voor ogen staat worden doop en avondmaal niet bediend. Wilde evangelisaties moeten komen onder toezicht van het classicaal bestuur. De plaatselijke gemeente wordt niet gesplitst. De belijdenis der huisgemeente moet overeenstemmen met art. 1 en 2 van het Algemeen Reglement,18 zodat er opzicht en kerkelijke leiding mogelijk is. Ons voorstel is op insluiting aangelegd, waar uitsluiting niet gewenst of onmogelijk is. Het is vissen met het net.

Tenslotte pleiten wij voor de brede classicale vergadering en de brede synode (art. 54 en art. 68). De kerk wordt zo weer een belijdende kerk. Ook een in allerlei commissies werkende kerk.19 Men late dit voorstel niet stranden op een zekere vasthoudendheid.20 't Is een kans die niet gemakkelijk terugkeert.

Eindnoten

  1. 1

    De lezing is gehouden voor de afdeling Utrecht KO. op 30 november 1933. Zij reageert mede op de brochure van Haitjema, Werkelijkheidsbesef en reorganisatie, m.n. het Naschrift daarvan. Men zou deze lezing van N. kunnen noemen: De ruimte der kerk, of ook: De ruimte van het gebed. Zie p. 233. De lezing mondt uit in een aantal aantekeningen, die vanwege hun gehalte ondanks het soms ontbreken van duidelijke samenhang in de druk worden opgenomen.↩

  2. 2

    J. F. Beerens (1882-1949), hervormd predikant, o.a. te Utrecht, medeoprichter KO.: redacteur orgaan KO.; tegenstander ontwerp- 1938 (tucht!).↩

  3. 3

    Op 5.1.1932. Zie n. 34.2.↩

  4. 4

    De niet tot zinnen gevormde woorden zijn aldus te verstaan: Wij lezen over de gebeurtenissen in het Sportpaleis te Berlijn. In dit gebeuren werd de ergernis aan het kruis openbaar. Er is nog wel kerk op de wereld: overal daar waar de geloofsbeweging in Christus zich voltrekt. Die vinden wij niet bij de Duitse christenen. - Zie n. 26.8 sub f↩

  5. 5

    De betekenis van deze zin wordt duidelijk wanneer men hem aanvult als volgt: "kan ik ze niet vouwen, zo lang ze in het platte vlak blijven." Vgl. voor dit beeld nr. 43, p. 288, nr. 381, p. 250.↩

  6. 6

    Twee soorten amerikanisme: 1. social gospel. Beweging waaraan verbonden de naam van de Amerikaanse theoloog Walter Rauschenbusch (1861-1918), baptistenpredikant. Werkte in sociaal verwaarloosde buurt van New York. Schreef o.a. A Theology flor the Social Gospel, New York 1917. De zelfzucht der mensen moet en kan overwonnen worden door geloof in Christus, als de mens bij uitstek. Zo komt het koninkrijk Gods en overwint de liefde, uitgedrukt in sociale bewogenheid en actie. Reinhold Niebuhr bracht ontnuchtering in dit te hoog gespannen christen-socialisme. 2. pragmatisme. Zie voor deze invloedrijke psychologische richting N.'studie Het pragmatisme van William James, VW., dl. 1, p. 240-254.↩

  7. 7

    Term uit de leer van Marx: noodzakelijke fase als dieptepunt, waarna de totale ineenstorting van de huidige en de komst van de nieuwe klasseloze maatschappij.↩

  8. 8

    Zie n. 33.22.↩

  9. 9

    "Quid interesset inter praesumptionem et confessionem". Vgl. Augustinus' Confessiones met inleiding en vertaling door A. Sizoo, Delft 1939, III, 20, 26. De 'nederige belijdenis' der heilige schriften heeft voor Augustinus gezag verkregen boven de 'trotse aanmatiging' der gnosis en van Plato.↩

  10. 10

    Gunning spreekt over het geestelijk stelen ook wel onder de term anticipatie, bijv. in Lijden en heerlijkheid, Amsterdam 18752 p. 69. "De Christus Gods hangt daar naakt en uitgeschud aan het kruis ... Zo is dan al wat gij hebt en het leven zelf door u te vroeg genomen, gestolen, geanticipeerd." Vgl. ook Het kruis, de waarheid voor wetenschap en kerk, inaugurele oratie Amsterdam 1882, p. 12, en Verlagen wij onszelve niet, Nijmegen 1902, p. 40 noot.↩

  11. 11

    Zie Joh. 3 : 27.↩

  12. 12

    Frederick William Robertson (1816-1853), beroemd prediker, 'van Brighton', bracht redelijke en sociaal-politieke verantwoording van (anglicaans) geloof tegenover gevoelsvroomheid en conservatisme. J. H. Gunning jr. over hem: Een ridder in het leraarskleed, Stemmen voor waarheid en vrede, 1870, p. 1077-11 00. -'To hail the King': vindplaats onbekend. Vgl. Sermons, 4 dln., Leipzig 1861; Stopford A. Brooke, Robertson's life and letters, Londen 1872.↩

  13. 13

    "Wij loven U, o God", het 'Te Deum'. Liedboek der kerken nr. 399.↩

  14. 14

    Reactie op Haitjema's verwijt, zie n. 33.1 en n. 43.6.↩

  15. 15

    Vergaderingen door KO. voorgesteld, resp. in art. 52 en 68 (zie bijlage 2c).↩

  16. 16

    Zie ook nr. 30, p. 178, n. 43 i, j.↩

  17. 17

    Zie nr. 24.↩

  18. 18

    Zie bijlage 2c-↩

  19. 19

    Men leze: Het modernisme wordt hier omgekeerd, anders gericht. Vgl. Barth tegenover de Duitse christenen. neemt hun 'Anliegen' op in het belijden, zij het ook in de vorm van de bestrijding. Vgl. de Barmer Thesen.↩

  20. 20

    De notities aan het slot van dit manuscript z ijn uiteenlopend en brokkelig, desondanks samenhangend; reden waarom zij opgenomen zijn.↩

  21. 1

    Het manuscript bevat geen aanwijzingen waar en wanneer de lezing gehouden is. In elk geval moet dit zijn geweest na oktober 1933, want het KO.-ontwerp is reeds ingediend bij de synode en vóór juli 1934, want een behandeling door de synode, zij het ook in eerste aanleg, wordt niet vermeld. Misschien was het te Groningen, waar N. ong. november 1933 over het KO.-voorstel sprak blijkens KO. 2 (dec. 1933) nr. 8, p. 55. Uit de discussie blijkt dat de oppositie vooral van KHe.-zijde kwam, zie noot 20. Het niet geheel in volzinnen uitgeschreven manuscript is aangevuld door de redactie. Vanwege de overeenkomst in tijd is deze lezing onder één nummer met de voorafgaande afgedrukt.↩

  22. 2

    Zie voor Rome als potentiële politieke dreiging: nr. 85.↩

  23. 3

    A. A. Mussert (1894-1946) richtte eind 1931 de NSB. op, die toen nog algemeen fascistisch was en nog niet geassimileerd aan Hitlers beweging met zijn van meet af uitgesproken rassenleer en antisemitisme. Toen Musserts beweging nog minuscuul was. doorzag N. er reeds kennelijk het gevaar van.↩

  24. 4

    Zie n. 1. 13.↩

  25. 5

    Zie n. 14. l; 14.17.↩

  26. 6

    Zie n. 34.5.↩

  27. 7

    Zie voor dit beeld nr. 1 4.↩

  28. 8

    In de nrs. 14 en 22 duidt N. Hoedemaker aan (naast Gunning) als een kritisch-eschatologisch theoloog in vergelijking met Kuyper. Ook daar is 1886 een scheiding van wegen. Van toen af gold niet alleen de confessionele kwestie: welke dwalingen zijn er en hoe moeten ze bestreden?, maar de voluit kerkelijke kwestie: hoe krijgt de kerk een structuur om adequaat op dwalingen te reageren?↩

  29. 9

    Vgl. ook hier nr. 14.↩

  30. 10

    De uitspraak van de generale synode van Assen van de Geref. Kerken d.d. 17 maart 1926 waarbij dr. J. G. Geelkerken c.s. uit hun ambt ontzet werden op grond van 'scheurmaking' en 'verzet tegen kerkelijke vergaderingen'. G. had een verklaring niet willen ondertekenen, waarin de eigenlijke, letterlijke zin van de in het paradijsverhaal genoemde bijzonderheden (bomen, sprekende slang, etc.) gehandhaafd werd als van zintuiglijk waarneembare werkelijkheden in de zin van art. 3-5 van de NGB.↩

  31. 11

    Zie n. 22.18.↩

  32. 12

    Vgl. Het reorganisatie-ontwerp van 'Kerkopbouw' beoordeeld, uitg. Hoofdbestuur van het Ned. Herv. Verbond tot Kerkherstel, Wageningen 1934, p. 25-29.↩

  33. 13

    Zie n. 26.8 sub d, g.↩

  34. 14

    Zie n. 46.9.↩

  35. 15

    Zie n. 30.61.↩

  36. 16

    In deze twee zinnen vat N. de drie motieven voor de huisgemeente samen: l. de richtingen, 2. de psychologisch-sociologische ordoïde groepen, 3. de zending. Voor huisgemeente, zie bijlage 2c.↩

  37. 17

    Titel van een veelgelezen boek van W. J. Aalders, dat toen juist verschenen was (Leiden 1934).↩

  38. 18

    Zie bijlage 2c.↩

  39. 19

    Immers door de inschakeling van o.a. de zending en de huisgemeenten. Voor art,52/54/68 vgl. bijlage 2c.↩

  40. 20

    Uit N.' summiere aantekeningen op p. 19 van zijn manuscript blijkt, dat in de nabespreking de discussie vooral gevoerd is over de classicale verantwoordelijkheid voor de huisgemeente; ook over de vraag op welke wijze de huisgemeente een onderdeel kon zijn in het leven van een belijdende volkskerk. Ook moest N. ingaan op de vraag of art-1 ontwerp-KO. toch niet een belijdenis moest genoemd worden. Er zaten kennelijk KHe.ers in de zaal.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 34. Het reorganisatie-ontwerp van KerkopbouwDeel 536. Deur en hengsel →