13. Oepke aan zijn ouders
Zetten, 8 februari 1886
Geliefde Ouders!
Deze keer heb ik nogal nieuws te vertellen, anders zou ik nu niet schrijven. Vooreerst moet ik u zeggen, dat ik de vijgen en rozijnen met smaak gegeten heb en dat mijn verkoudheid al overgaat. Hier waren nog een paar jongens, die ook een beetje ziek geweest zijn en dominee was bang dat ze misschien roodvonk hadden, daar ze wat rood waren, daarom heeft hij ze in één van zijn kamers laten slapen en daags waren zij bij dominee in de woonkamer. Het is echter goed afgelopen. Zaterdag l.l. kwamen hier een heleboel studenten van de Vrije Universiteit. Wel een stuk of dertien, en dominee zei dat wij ’s middags om twee uur in de zaal moesten komen. Wij wisten niet waarom, doch het kwam al gauw uit. Dominee vertelde ons dat hij de volgende dag ds. Houtzagers1 in Kootwijk2 zou bevestigen en eerst nog eens met de jongens samen wilde zijn om voor die zaak te bidden. Het was niet zo gemakkelijk daarheen te gaan, want de kerk kon wel gesloten zijn als hij er kwam. Maar wij konden zo goed zien, dat ds. van Lingen ten volle overtuigd was dat hij op het goede pad was, en er in het vertrouwen op God heen ging. Des avonds is hij nog met de studenten vertrokken en heeft te Ede gelogeerd. Diezelfde avond en de andere morgen zijn ook nog vele gymnasiasten naar Kootwijk gereisd om het bij te wonen. ’s Avonds toen ds. van Lingen thuiskwam heeft hij ons verteld hoe de zaak was afgelopen. Te Ede had hij reeds bericht ontvangen dat hij op zijn hoede moest zijn, daar het klassikaal bestuur reeds alles wist en vele politieagenten naar Ede waren gezonden. Het klassikaal bestuur had ook reeds aan de burgemeester van die gemeente verzocht de kerk te verzegelen, doch deze zeide, dat hij hier niets mee te maken had. Toen dominee ’s morgens te Kootwijk kwam heeft hij maar spoedig laten luiden en is spoedig begonnen, daar er leden van het klassikaal bestuur met politieagenten in aantocht waren. Toen is dominee maar dadelijk begonnen met de bevestiging en hij was niet lang aan de gang toen hij door het venster der kerk de leden van het klassikaal bestuur vergezeld van politieagenten reeds aan zag komen. Zij zijn toen in de kerk geweest, doch toen zij zagen dat het te laat was zijn ze dadelijk weerom gegaan. Hoewel dominee pas de tijd heeft gehad om een tekst3 te kiezen, heeft hij naar men zegt toch zeer mooi gesproken. Des middags had Houtzagers gesproken.4 Na groeten uw zoon
(O.Noordmans) uit haast.
(AN)